De finale

We hebben een heerlijk plekje toegewezen gekregen in de haven van Horta op het eiland Fajal, de “place to be” voor elke oceaanzeiler. Dit is de eerste stopplek voor vele overstekers tussen de Cariben en het vaste land van Europa en de bemanning van elk schip laat hier een “handtekening” achter op de kades in de vorm van een schildering. Inmiddels is dit uitgegroeid tot de belangrijkste bezienswaardigheid van Horta en uiteraard doen wij daar ook aan mee.
Het voelt hier al behoorlijk Europees. De Azoren horen bij Portugal maar men spreekt een behoorlijk dialect vergelijkbaar met het Nederlands en het Vlaams, zoals een local ons vertelt die een tijdje in Antwerpen heeft gewoond, niet dat wij überhaupt een woord Portugees spreken of verstaan.
Anderhalve dag na onze aankomst zien we de Awelina of Sweden met Fiona en James op de AIS verschijnen en niet veel later kunnen wij ze helpen bij het aanleggen in de haven. Ook zij hebben de overtocht zonder kleerscheuren volbracht.
Als we allemaal weer een beetje uitgerust zijn en bijgekomen van alle drank die rijkelijk vloeit na een geslaagde overtocht, gaan we met Fiona en James een rondje over het eiland doen met een auto.
Fajal is werkelijk prachtig met een gevarieerd landschap van groene heuvels in het zuiden tot een vulkaanlandschap in het noorden met daar tussenin watervallen en bloemenvelden.

Na een week zijn we wel weer klaar in Horta maar de wind wil nog niet meewerken om verder naar het noorden te trekken dus gaan we samen met Fiona en James door naar het eiland Terceira. Ook wij waren, net als vele zeilers, van plan om vanaf Horta direct door te gaan maar wat zou het zonde zijn geweest als we Terceira niet hadden bezocht en ik zou elke zeiler willen aanraden hier toch echt een tussenstop te maken.
Bij aankomst in de haven is men al op de hoogte van onze komst, blijkbaar via de haven van Horta al doorgegeven, en daarom krijgen we direct een plekje midden in het historische stadje van Angra do Heroismo door een overenthousiaste en supervriendelijke havenmeester die uitgebreid informatie geeft over het eiland. We huren dan ook een auto om een rondje eiland te doen en om 1 van de 2 vulkanen ter wereld te bezoeken waarin je kunt afdalen, de andere staat in Indonesië. We komen om half twaalf aan op een compleet leeg parkeerterrein en moeten een klein paadje in lopen waar we uitkomen bij een klein groen deurtje waar een briefje op hangt, blijkbaar zijn we te vroeg want de bezoekuren zijn alleen ’s middags dus zit er niets anders op dan eerst door te rijden naar Biscoite aan de noordkant van het eiland waar we het wijnmuseum willen bezoeken. Ook dit blijkt alleen in de middag open en dat terwijl we toch al in het hoogseizoen zitten! Het toerisme heeft het hier blijkbaar nog niet gevonden wat wel zo z’n charme heeft maar dat betekent dat we toch nog even wat tijd moeten doden en dus lunchen we met z’n vieren, of beter gezegd, lunchen Fiona en James en kijken Henk en ik toe hoe zij eten en wij nog steeds bij zitten te komen van de te gezellige avond ervoor en absoluut nog geen hap door onze keel kunnen krijgen. Om twee uur is het museum open en lopen wij niet veel later door de prachtige tuinen en wijnkelders van het museum en de overblijfselen van wat ooit geweest is. Waarschijnlijk door de overvloedige wijn van de avond er voor voelen wij ons niet geroepen wijn te kopen (we kunnen niet eens proeven wat we eventueel zouden kopen) maar Fiona en James maken dat goed voor ons en niet veel later rijden we terug naar de vulkaan, algar do Carvao. Inmiddels is het parkeerterrein wat voller en is het kleine deurtje open. Wat je daar achter ziet valt met geen pen te beschrijven, echt prachtig! We dalen meters af via trappen in de vulkaan tot een klein meertje met kraakhelder water ontstaan door regenwater, omgeven door stalactieten en vele, vele kleuren en geuren. Een beetje flabbergasted komen we weer buiten. Dit is voor ons een geweldig mooie afsluiter van onze prachtige reis, zoals een kers op de taart!
En als toetje gaan we nog even kijken in Posto Santo waar stierenvechten plaatsvinden in de straten zoals bekend in Pamplona. We vinden een mooi plekje naast de hokken van de vier stieren. Als de eerste Stier wordt losgelaten briest ie meteen de straten in. Het beest wordt helemaal opgefokt en zelfs de meest oude mannetjes zie je als atleten telefoonpalen of bomen in klimmen. De Stier wordt een keer of vier door de straat op en neer gejaagd en even moeten ook wij bijna vluchten. Het uitgeputte en bebloede beest staat kwaad voor onze neus te briesen maar wordt dan uiteindelijk zijn hok weer in gedirigeerd. Het is een ware cultuur hier maar wij zien het niet anders als gewoon grove dierenmishandeling. Hoewel we het nooit meer hoeven mee te maken vinden we het wel bijzonder (zeker niet leuk) dat we het een keer hebben kunnen zien.

En dan komt het moment om terug te varen naar bekend terrein en voor ons gevoel onze reis ten einde is. Op donderdag besluiten we net als James en Fiona dat vandaag de dag is, anders moeten we nog een dag of 4 wachten dus doen we nog gauw de laatste boodschappen met de auto, leveren die in, tanken brandstof en water en gooien los. We beginnen met zeilen maar na een halve dag moet de motor aan. Zo wisselen we de tocht af met dan wind en dan weer windstiltes. Ondertussen zijn we allebei nog eens zwaar verkouden dus voelen we ons niet echt super. Halverwege de tocht krijgen we een behoorlijke depressie over ons heen met heel veel wind maar wel in de rug en dus sjezen we over het water met soms wel 14 knopen en zijn we super enthousiast dat het zo snel gaat maar dan slaat het noodlot toe! Door de enorme golven worden we zo hard op en neer geslingerd dat we een klapgijp krijgen met alle gevolgen van dien. De bulletalie breekt waardoor de giek de andere kant op klapt en de wagen van de grootschoot en grootzeilval breken. Eigen schuld, dikke bult dus. Hadden we maar niet zo enthousiast moeten zijn over onze snelheid en op tijd moeten reven.. Nu moeten we alsnog in zwaar weer, kruipend over het dek om niet over boord te slaan, de gekste capriolen uithalen om dit op te lossen wat uiteindelijk na een uur zwoegen redelijk lukt en de schade toch beperkt blijkt. Helaas kunnen we nu alleen nog maar op de fok varen en is het dus gedaan met onze snelheid. Nu wegen de laatste loodjes echt het zwaarst want we zijn pas op de helft. Als we eenmaal in het Engelse kanaal zijn kunnen we gelukkig nog profiteren van de stroming zodat we toch nog een behoorlijk vaartje kunnen maken. Na tien dagen komt Vlissingen in het vizier en als we bellen met Vlissingen voor een plekje op maandagochtend blijkt de haven vol. We kunnen er pas na 8 uur in dus proberen we wat snelheid te temperen wat niet lukt en wat eigenlijk ook wel grappig is want nu zijn weer te snel. Uiteindelijk leggen we om 5 uur ’s ochtends aan in Breskens om daar te wachten en even een paar uurtjes te slapen.
Om kwart voor acht belt Francis dat onze plek vrij is en steken we over naar Vlissingen waar we worden opgewacht door Cu en Francis.
We zijn er! We hebben een fantastische reis gehad, vele leuke en bijzondere mensen leren kennen en 13.500 zeemijlen (ruim 25.000 km) afgelegd en zijn 406 dagen onderweg geweest, dat hebben we toch maar mooi gedaan met z’n tweetjes!

2 thoughts on “De finale

  1. Geweldige prestatie! Prachtige en avontuurlijke reis gehad en nu gelukkig weer heelhuids terug! Welkom thuis! Home sweet home zullen we maar zeggen….😙😙😙

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website