Jungle tocht (6-12-16-)

imageEen uur later dan afgesproken arriveert onze chauffeur/tourguide in een….. Minivan! Daar gaat mijn idee over een avontuurlijke jeepsafari. Om geen extra tijd meer te verspillen maken we er maar geen woorden aan vuil, we willen weg. We hoeven gelukkig niet eerst de hele weg naar Paramaribo terug te rijden en dus zitten we al snel op soms slecht begaanbare wegen. Via de savannen rijden we langzaam de jungle in en hopen dat de auto het houdt. De rit duurt ruim 8 uur maar er is genoeg te zien. We stoppen regelmatig voor een verfrissend drankje, lunch of mooi uitzicht maar om maar in de term van Mieke te blijven, we stoppen niet voor elke grote boom.
We passeren een paar indianendorpen en uiteindelijk bereiken we onze eerste bestemming, Apoera. Een indianendorp met zo’n 2000 inwoners. We verblijven in het guesthouse van een indiaanse vrouw die zich gewoon in het Nederlands voorstelt als tante Annie. Het blijft raar om in dit land gewoon Nederlands te kunnen praten met iedereen.
Het guesthouse is zeer eenvoudig maar redelijk schoon. Hier verblijven we twee nachten.
De tweede ochtend maken we een vaartocht over de Kaburi kreek op zoek naar reuzeotters maar omdat we veel te laat zijn zien we geen enkele otter maar de tocht is wel prachtig.
In de middag bezoeken we de sawmill, houtzagerij, van Apoera waar veel inwoners hun kost verdienen. We zien eeuwenoude bomen gekapt liggen en vrezen voor het oerwoud van Suriname. Volgens onze gids wordt er wel aan nieuwe aanplant gedaan maar dat weegt nooit op tegen hetgeen ze kappen.
Daarna bezoeken we een verlaten onderhoudsstation voor treinen, verscholen in het groen. Het station is gebouwd 1976 en de spoorlijn is 80 kilometer lang en loopt van Apoera naar het Bakhuysgebergte en was bedoeld voor de bauxiet industrie. Na voltooing in 1978 zijn de spoorlijn en het onderhoudsstation nooit gebruikt. Het is deels gebouwd met geld dat Suriname kreeg van Nederland na de onafhankelijkheid. De locomotieven staan er verlaten bij en worden bewoond door honderden vleermuizen en bijen en worden langzaam overwoekerd door de natuur. De spoorlijn wordt hier “van niets naar nergens” genoemd.
Op dag 3 vertrekken we al vroeg richting de Blanche Marie watervallen waar we in een prachtige lodge overnachten, midden in de jungle. Vanaf ons terras zien we capucijneraapjes door de boven klimmen en toekans zich tegoed doen aan de vele vruchten die hier overal groeien.
Omdat we aan het einde van het droge seizoen zijn staat er niet zoveel water in de watervallen maar voldoende voor ons om er in te kunnen zwemmen en te genieten van de natuurlijke jacuzzi’s.
Helaas verblijven we hier maar 1 nacht dus op zondagochtend vertrekken we al weer vroeg voor de terugrit. Na de lunch komen we uit bij een busje met Nederlandse toeristen dat is vastgelopen. We stappen uit om te helpen en al snel zijn ze weer los. We vervolgen onze weg en zeggen dat we blij zijn dat wij het niet waren maar dat hadden we dus niet moeten doen. 250 meter verder raken wij van de weg, we schudden alle kanten op en komen met een klap tot stilstand. Behalve Fiona die een bult op haar hoofd heeft zijn we gelukkig allemaal ongedeerd gebleven maar de auto zit helemaal vast, de linker voorband is lek, de bodemplaat ligt er half onderuit en de bumper heeft een flinke deuk. Terwijl Henk de achterband probeert uit te graven lopen Fiona, James en ik terug naar de plek van het gestrande busje om platen te halen om onder de auto te leggen. Uiteindelijk lukt het Henk om de auto los te rijden en vervangen we de band. We kunnen weer verder, hopende dat we niet nog een lekke band krijgen of dat er leidingen onder de auto beschadigd zijn.
Als we eindelijk weer in een beetje bewoonde wereld zijn en door een dorpje rijden krijgen we rechts voor een klapband! Dat kan wel even gaan duren denken we en dus gaat Fiona een koud biertje halen bij de supermarkt maar een vriendelijke Javaan/indiaan biedt aan ons naar marina waterland te brengen, het is tenslotte nog maar zo’n 20 minuten rijden.
We praten nog even wat na op het terras en om negen uur rollen we moe maar voldaan ons eigen bedje in.

Suriname (30-11-16)

image“ACHTERUIT!”, gil ik tegen Henk, “daar ligt een krokodil!”. Maar Henk vaart gewoon door want volgens hem is het een boomstam. “Echt niet, daar zit z’n oog en dat is z’n bek! Terug!”, roep ik nogmaals. Mijn hart gaat tekeer maar natuurlijk is het een boomstam, hysterica die ik ben! We zijn met ons bijbootje de Suriname rivier verder opgevaren, de jungle in. Het is prachtig maar we zien geen enkel beest, hoewel hier wel kaaimannen zitten maar die worden pas ’s avonds actief. Zwemmen kan wel in de rivier maar er zitten wel piranha’s, dus ik geef mijn portie wel aan fikkie.
Suriname is een prachtig land met supervriendelijke mensen, iedereen wil een praatje met je maken en we zitten dan ook regelmatig met locals te kletsen waardoor we veel te horen krijgen over de historie van deze oude kolonie, waar heel veel bevolkingsgroepen en religies in harmonie naast en met elkaar leven. Daar kunnen we in het westen nog wat van leren.
Omdat we hier echt midden in de jungle zitten huren we een auto. Het links rijden gaat Henk goed af maar na een week wil hij alleen nog steeds aan de verkeerde kant instappen. Paramaribo is slechts 25 kilometer hier vandaan maar de wegen zijn bezaaid met verschrikkelijke drempels en kuilen waardoor je over zo’n kleine afstand soms meer dan een kunt doen.
Paramaribo was ooit een prachtige stad. Dat is het natuurlijk nog steeds maar het verval is duidelijk zichtbaar wat echt eeuwig zonde is.
De oude plantages worden helemaal teruggenomen door de natuur die binnen enkele jaren alles overwoekert en er weinig overblijft van het erfgoed, zo ervaren we als we een excursie maken over de Commewijne rivier en twee verlaten plantages bezoeken.
Hoewel we midden in het regenseizoen zitten merken wij er weinig van. Alleen de eerste dag, toen we met ons fietsje op pad waren, hebben we zoooooo veel regen in een uur zien vallen dat dit het waarschijnlijk was. Gelukkig waren we op dat moment net in Domburg waar we konden schuilen. Verder is het hier echt bloedheet!
Morgen gaan we met een 4×4 voor 4 dagen de jungle in naar Blanche Marie, waarvan gezegd wordt dat het de mooiste watervallen van Suriname zijn maar ook heel anders dan wat we tot nu toe gezien hebben. We gaan het beleven!

De oversteek (20-11-16)

image Wanneer we onze laatste Escudo’s aan water hebben uitgegeven en de tanks bijna vol zijn horen we vrolijke muziek door de straten van Mindelo klinken. Als ik opkijk om te zien waar het vandaan komt zien we een militaire mars in vol ornaat over de boulevard lopen. Wij bedenken maar dat dit een afscheidsserenade voor ons is en dus kunnen we met een gerust hart de trossen losgooien. Eerst nog even snel de dieseltanks afvullen en om 12:00 uur beginnen we aan onze grote reis. Al snel hebben we de zeilen staan en dan is het wachten, we hopen er binnen 14 dagen te zijn. Aan het eind van de eerste dag worden we nog uitgezwaaid door een grote school dolfijnen, voorlopig de laatste levende wezens die we zien. Vanaf nu zijn we volledig op onszelf aangewezen en afhankelijk van de grillen van de natuur. De oceaandeining is even wennen maar we vinden ons ritme al snel. De eerste twee nachten neem ik de wacht voor mijn rekening omdat Henk wat grieperig is. Die wachten stellen niet zo heel veel voor want er is niks of niemand in de buurt en daarom durf ik het aan om telkens de timer op een uur en later zelfs anderhalf uur te zetten.. Ogen open, snel naar buiten, om je heen kijken, de plotter even aan, terug op de bank en ogen dicht.
Alleen tijdens de tweede avond zien we twee schepen waarvan we met 1 zelfs bijna op ramkoers liggen, niet te geloven dat je op zo’n grote plas water toch bijna een ander schip zou raken!
Het is niet te bevatten dat er zo’n immense onbekende wereld vol leven onder ons voorbij glijdt en dat we er vrijwel niks van zien, behalve honderden vliegende vissen, waarvan we er elke ochtend 10-tallen dood van het dek moeten verwijderen.
De eerste 10 dagen verlopen soepel hoewel de wind wel wat minder wordt maar na de 10e dag is het huilen met de pet op, vrijwel geen wind meer en soms moeten we op de motor door. Slechts 1 keer krijgen we te maken met een squall, een tropische regenbui gepaard gaand met veel wind. Maar ons daggemiddelde loopt met de dag terug en helaas moeten we de laatste 200 mijl verder op de motor.
Na bijna 13 dagen varen we met een prachtige zonsopkomst de Commewijne rivier op. Eindelijk land! En wat voor land! We varen dwars door het oerwoud, langs Paramaribo en half 10 lokale tijd zetten we eindelijk voet aan wal bij Marina Waterland, een stukje paradijs op aarde!

Sal (05-11-16)

image“Zit er ook een uit-knop op die vent?”, vraag ik aan Janine terwijl we achterin de auto luisteren naar een ratelende Kaapverdiaan die een ingestuurd stukje geschiedenis over de zoutmijnen opdreunt in onverstaanbaar Engels. Hij wil onze gids zijn en we spreken een prijs af voor 3 euro per persoon “all-in”. Vooruit dan maar denken we terwijl Henk bij ons achterin kruipt en Joost de auto door een onherbergzaam maanlandschap manoeuvreert, in de hoop dat we deze compleet met bodemplaat en bumpers weer in kunnen leveren. We zien de zoutbaden en mijnen vanaf de top van de krater maar erin zwemmen is veel te duur volgens onze gids. Hierna belooft hij ons de haaien te laten zien die in een andere baai 10 minuten verderop te zien zijn. Bij aankomst aldaar worden ons direct waterschoentjes aangeboden omdat we een stuk door het water moeten waden met stenen en zee-egels. We hebben slippers aan en vinden het wel goed, behalve Janine die leren schoenen aanheeft een dus wel moet. Halverwege het waden houd ik het voor gezien. Ik ga mijn nek niet liggen breken voor waarschijnlijk een vinnetje wat net boven water te zien is. Dat blijkt inderdaad zo te zijn en het zijn slechts kleine haaitjes van een meter lang. Voor de waterschoentjes moet uiteraard ook weer betaald worden, een prijs waarvoor we ze in Nederland kunnen kopen.
We brengen onze gids terug naar zijn opstapplek en als we hem de afgesproken 12 euro overhandigen is dat volgens hem niet genoeg. Na een geveinsde woedeuitbarsting van Henk druipt hij snel af. Als je bedenkt dat het gemiddelde maandinkomen hier tussen de honderd en tweehonderd euro ligt, heeft ie prima verdiend in een uurtje tijd.
Achteraf hadden we hem echt niet nodig gehad want we komen zelf ook wel bij de zoutbaden en gaan er toch zwemmen. In eerste instantie gaan alleen Henk en Janine het water in maar uiteindelijk besluit ik het toch ook maar te doen, we zijn er niet voor niks. Ik duik er in en wil een schoolslag maken maar ik ben net een kikker, mijn benen maken slagen boven water in plaats van eronder, wat natuurlijk logisch is door het hoge zoutgehalte. Ik vind het maar vies, het water is heel warm en ruikt zwavelachtig. Gelukkig kunnen we ons met schoon water afspoelen maar de zwemkleding wordt niet schoon met alleen een handwasje en stinkt dagen later nog.

We hebben ruim een week doorgebracht op Sal samen met Francis, Ciu, Janine en Joost waar we hebben genoten van hun gezelschap en veel gezellige avonden hebben gehad, een leuke zeiltocht hebben gemaakt en de alcohol rijkelijk vloeide. We zijn dankzij Francis en Ciu weer voorzien van afbakbrood en kaas, waarmee we de overkant makkelijk kunnen halen en onderdelen voor de watermaker en led-lampen die zij maar ook Joost en Janine hebben meegenomen uit Nederland.
Als iedereen huiswaarts is gekeerd vertrekken wij weer richting Mindelo om diesel en water te tanken en de benodigde stempels te halen bij de immigratiedienst zodat we, als alles goed gaat op zondag 6 november kunnen vertrekken. De benodigde passaatwind is gaan waaien, we kunnen bijna niet wachten en hebben er zin in.
Onze volgende update volgt vanuit Suriname!

Kaapverdië so far (25-10-16)

image“Een goede keuze”, zegt onze Canadese buurman waarmee hij doelt op het feit dat we niet ingegaan zijn op een uitnodiging om te reserveren bij een aggenebbis lokaal restaurantje. Als we dat wel hadden gedaan was onze boot leeggeroofd volgens hem. Hij waarschuwt telkens weer dat niemand te vertrouwen is en dat we voor het donker terug moeten zijn op de boot. Vooralsnog merken wij weinig van criminaliteit maar ik begrijp de buurman wel. Toen hij onlangs in het ziekenhuis lag heeft zijn vrouw ’s nachts ongewenst bezoek gehad. Ze heeft ze wel verjaagd maar de schrik zal er behoorlijk in zitten. Wat wel opvalt is dat werkelijk elk gebouw, school, winkel, huis, overheidsgebouw, noem maar op, allemaal dikke tralies voor de ramen en deuren heeft. In de supermarkten wemelt het van de security dus waarschijnlijk vertrouwen de Kaapverdianen elkaar ook niet echt.
Mindelo is een van de modernste steden van Kaapverdië met Portugese invloeden maar het is wel echt Afrikaans. De bevolking is jong maar niet erg vriendelijk. Als wij op zoek zijn naar een draadloze oplader voor Henks telefoon worden we bijna uitgelachen, dat kennen ze hier dus nog niet.
Het is hier bloedheet en zwemmen in de ankerbaai wordt afgeraden, het water ziet er ook niet bepaald uitnodigend uit. Helaas kunnen we hier pas op maandag weg omdat we eerst onze bootpapieren en next-port declaration moeten ophalen bij de douane en zoals vrijwel alles hier is deze in het weekend gesloten.
Na 4 nachten krijgt Henk een onbestemd gevoel en wil een nacht in de haven liggen, kunnen we meteen water tanken, de accu’s bijladen en wat wasjes wegdraaien zodat we op maandag volgeladen kunnen uitvaren naar een ankerbaai een paar mijl verder.
Dinsdag vertrekken we daar weer naar een ankerplek op Sao Nicolau. We hebben een behoorlijk stevige trip aan de wind met vlagen van windkracht 7, iets minder relaxed dus maar als we onder het eiland zijn valt de wind volledig weg dus kunnen we rustig ankeren. De aangewezen plek in de almanak blijkt toch van mindere kwaliteit dan gewenst. Bij de eerste poging komt het anker muurvast te zitten achter een groot rotsplateau. We halen de duikcompressor tevoorschijn en Henk gaat poolshoogte nemen. Als hij weer bovenkomt informeert hij naar ons 2e anker. “Shit”, zeg ik. “Moeten we het anker hier achterlaten?”. Maar Henk zou Henk niet zijn en dus krijgt ie het toch voor elkaar het anker uiteindelijk los te krijgen. Een 2e poging mag ook niet baten en dus varen we een paar mijl verder waar we het anker net voor het donker heerlijk in het zand kunnen laten glijden. Zodra we liggen begint het te waaien en niet zo’n beetje ook. Vlagen van windkracht 7 waaien ons om de oren en ik slaap erg onrustig, controleer een paar keer ’s nachts of we nog goed liggen ondanks het ankeralarm maar het anker houdt ons prima en daarom blijven we gewoon nog een nachtje liggen. We hoeven pas de 26e op Sal te zijn dus we hebben tijd zat. Daarom varen we na 2 dagen slechts 20 mijl verder naar Carrical waar, al voordat we het anker uitgooien, een knalrood t-shirt op een oude surfplank komt aangepeddeld. Het is een visser uit Tarafal en heeft een kapotte buitenboordmotor en is hier gestrand. Hij is meer geïnteresseerd in onze buitenboordmotor dan in ons maar wij kunnen hem de motor niet verkopen. Dat is tenminste wat wij ervan begrijpen want hij spreekt geen enkele vreemde taal en wij de zijne niet. De 2e dag spreken we een Fransman die hier een huis, een boot en een auto heeft. In Carrical is helemaal niks zegt hij en dat constateren wij ook als we aan wal zijn. Wat een armoede, die mensen hier hebben gewoon geen toekomst maar misschien weten ze niet beter.
Op Sal, waar we ondanks onze vroege vertrek toch in het donker aankomen is het heel anders. Dit is echt het toeristenoord van Kaapverdië. Hier zullen we ruim een week verblijven in afwachting van bezoek.

El Hierro naar Kaap Verdie (14-10-2016)

image“Ik ben gestoken door iets”, roep ik hijgend terwijl ik de zwemtrap op klim. Volgens mij heb ik net het persoonlijke record van Ranomi verbeterd! Henk komt meteen aanrennen met de Aspivenin maar de haard is nog niet zichtbaar. Twee rode striemen met jeukende bultjes zijn het gevolg maar gelukkig geen rare gebreken (niet dan anders). Als neuroot voor beestjes check ik altijd tig keer het water voordat ik er in spring, die tic zal nu wel weer erger worden.

We zijn uitgeweken naar El Hierro omdat er in San Sebastián op La Gomera tot 8 oktober geen plek was in verband met een regatta. La Restinga op El Hierro is heel klein en heeft buiten veel te veel cafés en restaurantjes voor zo’n gat slechts 1 supermarktje. Gelukkig hebben we de grootste voorraden al ingeslagen en hoeven we alleen nog verse groenten en fruit te halen. Dat doen we op de ochtend van vertrek en om 16:00 uur gooien we los voor de oversteek naar Kaap Verdie.

De eerste 17 uur zien we geen enkel schip, niet op de AIS maar ook niet op de radar constateren we als we die aanzetten omdat we de AIS niet vertrouwen maar die klopt dus wel. Tijdens mijn eerste wacht kom ik het eerste schip tegen en even twijfel ik of ik niet hallucineer door het gebrek aan wijn maar na drie keer checken klopt de naam van het schip toch echt; de CMB Chardonnay…
De tweede avond als het donker is zien we een lichtje dichterbij komen. Op de AIS is geen boot te zien maar niet iedereen heeft AIS hoewel het voor de beroepsvaart verplicht is. Op de radar zien we ook niet veel en het lijkt dichterbij te komen. Het zullen toch geen piraten zijn? We varen 300 mijl uit de Afrikaanse kust. Toch doen we alle verlichting uit en ook de AIS zetten we op de “stille modus”, we ontvangen dan wel maar zenden niet. Angstvallig houden we het lichtje in de gaten. Het lijkt net of het om ons heen vaart maar na een uur constateren we toch maar dat het waarschijnlijk vissers zijn en laten de angst niet de overhand nemen. Langzaam verdwijnen ze uit het zicht.
De eerste dag ligt het tempo erg laag maar als we op dag twee de fok uitbomen verhogen we onze snelheid met 2 knopen en halen we een dagafstand van 170 mijl. We komen onze dagen door met slapen, lezen, klussen, vissen en eten. Het vissen wil niet echt lukken, we vangen slechts 1 kleine yellowfin tonijn maar dat zit weinig vlees aan. Gelukkig zijn we niet afhankelijk van onze visvangst anders zag het er beroerd uit.
Na 5 dagen varen komt er land in zicht en op 20 mijl halen we de zeilen naar beneden omdat de wind het laat afweten en we voor het donker in Mindelo willen zijn. Helaas lukt dat niet en dat de kaarten die er van dit gebied zijn niet kloppen ondervinden we meteen. Heel langzaam varend en goed kijkend varen we Mindelo binnen, volgens de plotter recht over het land! Er liggen wrakken die niet verlicht zijn maar uiteindelijk halen we zonder kleerscheuren de ankerplaats. Om 21:00 uur laten we het anker zakken, we zijn er!

Onderweg

img_0121Intussen zijn Henk en Michelle over de helft. Het eerste stuk met relatief weinig wind, maar nu met betere wind op ruime koers

Tenerife en La Palma (29-9-16)

imageVan diverse kanten worden we gewaarschuwd voor de accelaratiezones rondom de Canarische eilanden maar tot aan Gran Canaria hebben we er weinig van gemerkt. Ook bij vertrek daar staat er vrijwel geen wind. Als we bijna bij de noordoostelijke punt zijn trekken we het grootzeil omhoog en voorbij de punt zetten we de fok bij. Met zo’n 10 knopen wind komen we redelijk vooruit maar iets meer zou fijn zijn. Maar niet getreurd, als we op de helft zijn trekt de wind behoorlijk aan en later krijgen we zelfs 25 knopen op onze toeter. Op vol zeil racen we lekker vooruit, af en toe behoorlijk schuin maar dat mag de pret niet drukken. Het spotten naar walvissen of dolfijnen loont niet maar we zien wel een paar vliegende vissen en de eerste zeeschildpad. Je zou denken, een schildpad, traag, makkelijk om vast te leggen op de gevoelige plaat maar niets is minder waar, omdat wij te hard voorbij gaan lukt dat dus niet, hopelijk krijgen we later nog een kans. Na 8 uur varen bereiken we Tenerife waar we 2 plaatsen reserveren via de marifoon, ook 1 voor Mieke en Theo die achter ons aankomen met hun Spirit.
Tenerife blijkt weer groener dan Gran Canaria constateren we als we met een auto het eiland verkennen. We bezoeken de beroemde Teide en een dag later samen met Mieke en Theo ook het Anaga gebergte en de noordkust.
Dan is er ’s avonds ineens paniek in, we hebben een kakkerlak in de kuip, ondanks al onze zorgvuldigheid! Vooralsnog blijft het gelukkig maar bij 1 en gaan we er maar van uit dat het een aanvlieger is geweest. Een dag later ben ik toch wel bijna een dag bezig met het afpeuteren van etiketten van onze “oversteek-voorraad”.

Onze reis van Santa Cruz naar Garachico verloopt totaal anders. We vertrekken met veel wind en boxen tegen de wind in naar de noordoostpunt terwijl de wind oploopt tot soms wel 33 knopen. De golven vallen gelukkig mee en als we de hoek om zijn valt de wind helemaal weg en dobberen we heel langzaam vooruit. Pas om 22:00 uur komen we aan bij Garachico waar we even een spannende entree hebben. Het is stikdonker, er liggen veel rotsen en de ingang van de haven is heel smal maar heel voorzichtig manoeuvreert Henk de boot naar binnen en leggen we aan naast Mark en Melinda met hun Bolle, een tot zeilboot omgebouwde reddingssloep uit 1956 waarmee zij op wereldreis zijn. Mark en Melinda hadden we een paar dagen eerder al ontmoet toen we hier met de auto de haven van Garachico bezochten. In Garachico blijven we 4 nachten liggen en verwelkomen ook Mieke en Theo nog.
Garachico is een klein historisch dorpje en was ooit de belangrijkste haven van Tenerife waarvan de overblijfselen nog zichtbaar zijn.

Onze overtocht naar la Palma verloopt super, we verbreken zelfs ons gemiddelde uurrecord naar 7,25 mijl per uur. Onderweg besluiten we toch naar Santa Cruz te varen ondanks dat ons gemeld wordt dat de haven erg onrustig is. In eerste instantie denken we dat het wel meevalt maar we deinen inderdaad behoorlijk. Als we voor anker zouden liggen met deze deining waren we dik tevreden maar hier worden de bolders bijna van de boot gerukt en kraken de lijnen je om de oren. Hier op La Palma besluiten we om niet nog een keer een auto te huren. Als ik de plaatjes in alle boeken en folders bekijk is het allemaal weer meer van hetzelfde en eerlijk gezegd zijn we een beetje “Canarie-moe”.
Santa Cruz is overigens wel een van de mooiste stadjes die we tot nu toe gezien hebben met veel historische gebouwen en gezellige steegjes en terrassen.
Morgen zoeken we een ankerplek waar we een paar dagen kunnen liggen en misschien ook weer een keer een plons kunnen nemen vanaf de boot. Als laatste zullen we dan naar La Gomera gaan waar we de laatste voorbereidingen gaan treffen voor ons vertrek uit Europa.

Gran Canaria (18-9-16)

imageTja, en toen lagen we ineens ruim 3 weken in Las Palmas. Een kleine “vakantie” tijdens onze reis. In de haven is het net een dorp. Er liggen hier veel Nederlanders die op doortocht zijn aangekomen maar nooit meer vertrokken zijn of gewoon omdat het hier fijn is en hier al jaren verblijven. Op zich logisch want het liggeld is betaalbaar en het is hier goed toeven, het klimaat is prima en ’s avonds koelt het lekker af wat bevordelijk is voor een goede nachtrust. De Nederlandse “kolonie” heeft regelmatig feestjes met veel drank en muziek wat er voor zorgt dat we regelmatig veel te laat in bed liggen. Dat geeft dan ook wel aan dat het hier gezellig is en de mensen ontzettend aardig.
We huren een auto voor 2 dagen om het eiland te verkennen. Een gevarieerd landschap trekt aan ons voorbij. Het zuiden met kilometers duinen (net een woestijn) en het binnenland met prachtige bergketens. Het alom omschreven klimaatverschil ervaren wij niet zo. Op 1800 meter hoogte is het zelfs warmer (34 graden) dan in de dalen en, de ter voorbereiding meegenomen jassen, kunnen in de auto blijven liggen.
Na een bliksembezoek van Henk aan Nederland besluiten we dan toch echt te vertrekken hoewel ook wij ons vertrek een aantal keer uitstellen omdat er dan weer hier en dan weer daar een reden voor een feestje is.
Maar maandag gaat het dan toch echt gebeuren, op naar Tenerife!
Rob, Hilde, Quido, Gerdy, Gerrit, Fryda, Riet, Cor, Dirk, onze favoriete zanger Mike, René en Angelique, niet te vergeten onze overburen Theo en Mieke en alle mensen die ik vergeten ben, bedankt voor alle gezelligheid en leut! We komen elkaar vast nog ergens tegen, allen een behouden vaart!

Canarische eilanden (29-08-16)

imageIn Arrecife op Lanzarote arriveren Chantal en Guido met een lading bagage of ze van plan zijn om 3 maanden te blijven. Het is fijn om weer eens bekenden te zien en we borrelen er de eerste avond dan ook stevig op los. Na nog een dag in Arrecife te zijn gebleven varen we 15 mijl verder om bij Playa Mujeres voor anker te gaan. Met het prachtige weer kunnen we lekker een dagje snorkelen en zwemmen om een dag later naar Rubicon te varen. Vergeleken met Arrecife is dit een veel gezelligere haven en ook het plaatsje oogt, ondanks dat het redelijk nieuw is allemaal, heel knus en gemoedelijk. Hier huren we een auto om Lanzarote een dagje te verkennen. Chantal en Guido zijn hier al eerder geweest en weten de mooie plekken. Het Mirador del Mar op de noordelijkste punt blijkt helaas weinig Mirador (uitzicht) te hebben vanwege de laaghangende bewolking. Wel kunnen we net de haven van la Graciosa zien waar we eerder gelegen hebben. Het landschap van Lanzarote is veelal zwart door alle gestolde lava. Wij vinden het wel indrukwekkend want we hebben nog niet eerder zo iets gezien, net als de druivenvelden. De druiven worden hier op de grond gekweekt, door lage muurtjes omheind, ter bescherming tegen de wind.
In een sneltreinvaart bezoeken we nog het huis van Cesar Manrique want we hebben nog maar een half uur de tijd voor het gaat sluiten. Wij doen het in 20 minuten!
Als we een dag later de auto hebben ingeleverd en boodschappen hebben gedaan vertrekken we richting Fuerte Ventura en na 48 mijl laten we om 20:00 uur het anker vallen in Tarajal.
Een dag later varen we een klein stukje verder naar Morro Jable. De enige plek in de haven is niet geschikt voor onze boot dus zijn we genoodzaakt net buiten de haven maar wel op een plekje met een mooier uitzicht, het anker uit te gooien. We kunnen met het bijbootje naar de kant hoewel de badmeester daar niet helemaal gelukkig van wordt en bijna ruzie krijgt met Henk. Chantal en Guido trekken er samen een dagje op uit en verder vermaken we ons met zwemmen, snorkelen, lezen en borrelen. Na 2 nachten besluiten we om een dag later vroeg te vertrekken. We eten nog wat bij een restaurantje en als we nog een glaasje wijn gaan drinken komen we in gesprek met een lokale visserman, Julio. Een zeer aimabele man die foto’s laat zien van hoe het vroeger was voordat de toeristen kwamen en spuit zijn gal over de Engelsen en Duitsers. Hoewel hij geen Engels spreekt en wij geen Spaans kunnen we toch redelijk communiceren (met een wijntje op gaat dat soepeler). Op een bepaald moment geeft hij aan dat hij even naar huis gaat en dat we niet weg mogen gaan. 20 minuten later komt hij terug met een kilo tonijn die hij die ochtend gevangen heeft. We hebben er sashimi van gemaakt, tartaar en we hebben moten gebakken. Zo vers hebben we het nog nooit gehad, heerlijk!
De avond was gezellig en vooral laat en als ik de volgende ochtend om 10 uur wakker schrik besluiten we maar om een dagje later te vertrekken want voor de oversteek naar Gran Canaria moeten we echt op tijd weg. (En stiekem zijn we ook wel een beetje te brak).
Een dag later zijn we allemaal fit en verloopt de oversteek van 60 mijl heel voorspoedig en leggen we aan in de haven van Las Palmas waar we afscheid nemen van Guido en Chantal.
Hier zullen we voorlopig even blijven.