De finale

We hebben een heerlijk plekje toegewezen gekregen in de haven van Horta op het eiland Fajal, de “place to be” voor elke oceaanzeiler. Dit is de eerste stopplek voor vele overstekers tussen de Cariben en het vaste land van Europa en de bemanning van elk schip laat hier een “handtekening” achter op de kades in de vorm van een schildering. Inmiddels is dit uitgegroeid tot de belangrijkste bezienswaardigheid van Horta en uiteraard doen wij daar ook aan mee.
Het voelt hier al behoorlijk Europees. De Azoren horen bij Portugal maar men spreekt een behoorlijk dialect vergelijkbaar met het Nederlands en het Vlaams, zoals een local ons vertelt die een tijdje in Antwerpen heeft gewoond, niet dat wij überhaupt een woord Portugees spreken of verstaan.
Anderhalve dag na onze aankomst zien we de Awelina of Sweden met Fiona en James op de AIS verschijnen en niet veel later kunnen wij ze helpen bij het aanleggen in de haven. Ook zij hebben de overtocht zonder kleerscheuren volbracht.
Als we allemaal weer een beetje uitgerust zijn en bijgekomen van alle drank die rijkelijk vloeit na een geslaagde overtocht, gaan we met Fiona en James een rondje over het eiland doen met een auto.
Fajal is werkelijk prachtig met een gevarieerd landschap van groene heuvels in het zuiden tot een vulkaanlandschap in het noorden met daar tussenin watervallen en bloemenvelden.

Na een week zijn we wel weer klaar in Horta maar de wind wil nog niet meewerken om verder naar het noorden te trekken dus gaan we samen met Fiona en James door naar het eiland Terceira. Ook wij waren, net als vele zeilers, van plan om vanaf Horta direct door te gaan maar wat zou het zonde zijn geweest als we Terceira niet hadden bezocht en ik zou elke zeiler willen aanraden hier toch echt een tussenstop te maken.
Bij aankomst in de haven is men al op de hoogte van onze komst, blijkbaar via de haven van Horta al doorgegeven, en daarom krijgen we direct een plekje midden in het historische stadje van Angra do Heroismo door een overenthousiaste en supervriendelijke havenmeester die uitgebreid informatie geeft over het eiland. We huren dan ook een auto om een rondje eiland te doen en om 1 van de 2 vulkanen ter wereld te bezoeken waarin je kunt afdalen, de andere staat in Indonesië. We komen om half twaalf aan op een compleet leeg parkeerterrein en moeten een klein paadje in lopen waar we uitkomen bij een klein groen deurtje waar een briefje op hangt, blijkbaar zijn we te vroeg want de bezoekuren zijn alleen ’s middags dus zit er niets anders op dan eerst door te rijden naar Biscoite aan de noordkant van het eiland waar we het wijnmuseum willen bezoeken. Ook dit blijkt alleen in de middag open en dat terwijl we toch al in het hoogseizoen zitten! Het toerisme heeft het hier blijkbaar nog niet gevonden wat wel zo z’n charme heeft maar dat betekent dat we toch nog even wat tijd moeten doden en dus lunchen we met z’n vieren, of beter gezegd, lunchen Fiona en James en kijken Henk en ik toe hoe zij eten en wij nog steeds bij zitten te komen van de te gezellige avond ervoor en absoluut nog geen hap door onze keel kunnen krijgen. Om twee uur is het museum open en lopen wij niet veel later door de prachtige tuinen en wijnkelders van het museum en de overblijfselen van wat ooit geweest is. Waarschijnlijk door de overvloedige wijn van de avond er voor voelen wij ons niet geroepen wijn te kopen (we kunnen niet eens proeven wat we eventueel zouden kopen) maar Fiona en James maken dat goed voor ons en niet veel later rijden we terug naar de vulkaan, algar do Carvao. Inmiddels is het parkeerterrein wat voller en is het kleine deurtje open. Wat je daar achter ziet valt met geen pen te beschrijven, echt prachtig! We dalen meters af via trappen in de vulkaan tot een klein meertje met kraakhelder water ontstaan door regenwater, omgeven door stalactieten en vele, vele kleuren en geuren. Een beetje flabbergasted komen we weer buiten. Dit is voor ons een geweldig mooie afsluiter van onze prachtige reis, zoals een kers op de taart!
En als toetje gaan we nog even kijken in Posto Santo waar stierenvechten plaatsvinden in de straten zoals bekend in Pamplona. We vinden een mooi plekje naast de hokken van de vier stieren. Als de eerste Stier wordt losgelaten briest ie meteen de straten in. Het beest wordt helemaal opgefokt en zelfs de meest oude mannetjes zie je als atleten telefoonpalen of bomen in klimmen. De Stier wordt een keer of vier door de straat op en neer gejaagd en even moeten ook wij bijna vluchten. Het uitgeputte en bebloede beest staat kwaad voor onze neus te briesen maar wordt dan uiteindelijk zijn hok weer in gedirigeerd. Het is een ware cultuur hier maar wij zien het niet anders als gewoon grove dierenmishandeling. Hoewel we het nooit meer hoeven mee te maken vinden we het wel bijzonder (zeker niet leuk) dat we het een keer hebben kunnen zien.

En dan komt het moment om terug te varen naar bekend terrein en voor ons gevoel onze reis ten einde is. Op donderdag besluiten we net als James en Fiona dat vandaag de dag is, anders moeten we nog een dag of 4 wachten dus doen we nog gauw de laatste boodschappen met de auto, leveren die in, tanken brandstof en water en gooien los. We beginnen met zeilen maar na een halve dag moet de motor aan. Zo wisselen we de tocht af met dan wind en dan weer windstiltes. Ondertussen zijn we allebei nog eens zwaar verkouden dus voelen we ons niet echt super. Halverwege de tocht krijgen we een behoorlijke depressie over ons heen met heel veel wind maar wel in de rug en dus sjezen we over het water met soms wel 14 knopen en zijn we super enthousiast dat het zo snel gaat maar dan slaat het noodlot toe! Door de enorme golven worden we zo hard op en neer geslingerd dat we een klapgijp krijgen met alle gevolgen van dien. De bulletalie breekt waardoor de giek de andere kant op klapt en de wagen van de grootschoot en grootzeilval breken. Eigen schuld, dikke bult dus. Hadden we maar niet zo enthousiast moeten zijn over onze snelheid en op tijd moeten reven.. Nu moeten we alsnog in zwaar weer, kruipend over het dek om niet over boord te slaan, de gekste capriolen uithalen om dit op te lossen wat uiteindelijk na een uur zwoegen redelijk lukt en de schade toch beperkt blijkt. Helaas kunnen we nu alleen nog maar op de fok varen en is het dus gedaan met onze snelheid. Nu wegen de laatste loodjes echt het zwaarst want we zijn pas op de helft. Als we eenmaal in het Engelse kanaal zijn kunnen we gelukkig nog profiteren van de stroming zodat we toch nog een behoorlijk vaartje kunnen maken. Na tien dagen komt Vlissingen in het vizier en als we bellen met Vlissingen voor een plekje op maandagochtend blijkt de haven vol. We kunnen er pas na 8 uur in dus proberen we wat snelheid te temperen wat niet lukt en wat eigenlijk ook wel grappig is want nu zijn weer te snel. Uiteindelijk leggen we om 5 uur ’s ochtends aan in Breskens om daar te wachten en even een paar uurtjes te slapen.
Om kwart voor acht belt Francis dat onze plek vrij is en steken we over naar Vlissingen waar we worden opgewacht door Cu en Francis.
We zijn er! We hebben een fantastische reis gehad, vele leuke en bijzondere mensen leren kennen en 13.500 zeemijlen (ruim 25.000 km) afgelegd en zijn 406 dagen onderweg geweest, dat hebben we toch maar mooi gedaan met z’n tweetjes!

De overtocht naar Europa

“Aaaaargh, ik heb het helemaal gehad”, roep ik als we al 5 dagen in een hoek van bijna 45 graden over bakboord hangen sinds ons vertrek uit Sint Maarten. Gelukkig is de zee nog redelijk kalm maar elke simpele dagelijkse handeling wordt onder deze hoek een behoorlijke exercitie:
• toiletteren; dwars op de pot is nog tot daar aan toe maar je broek vanaf je enkels terug krijgen op je heupen zonder te vallen valt niet mee,
• douchen; geen optie want je kunt amper blijven staan en als dat wel lukt zoekt de straal ook de weg van de minste weerstand en dus is alles zeiknat behalve jijzelf,
• scheren; mits je zelfmoordneigingen hebt, geen optie,
• koken; met je voeten in het midden van de boot en de rest van je lichaam aan de zijkant en een cardanische kookplaat sta je bijna boven je hoofd in de pannen te roeren,
• een afbakbroodje moet op het juist moment uit de oven worden gehaald anders kun je het aan de andere kant van de boot van de vloer rapen.

Aan het einde van dag 10 nadert ons een lage druk gebied en dus meer wind en slechter weer. We maken plannen om ons voor te bereiden maar laten uiteindelijk het plan om het grootzeil te laten zakken varen en gaan op vol zeil de nacht in. Helaas moeten we toch midden in de nacht het zeil laten zakken onder erbarmelijke omstandigheden. Vergeleken hiermee waren de eerste 5 dagen nog een hemel. Een aantal dagen lang komt de wind van achteren en rollen we werkelijk alle kanten op. De wind trekt aan naar windkracht 9 en dus hogen de golven zich ook op waardoor alles door de boot vliegt. Daarbij natuurlijk ook nog een behoorlijke plens regen en het plaatje is compleet. Slapen is vrijwel niet meer mogelijk en op dag 12 zijn we allebei op maar gelukkig verbetert het daarna en gaat de wind langzaam wat liggen.
De laatste 3 dagen is de wind helemaal verdwenen en moeten we helaas op de motor verder. Na 15 dagen komt er eindelijk land in zicht, uiteindelijk toch nog best wel snel maar wat ons betreft niet snel genoeg. Iedereen ervaart zo’n oversteek uiteraard op zijn eigen manier maar wij, als 2 nuchtere pipo’s, kunnen alleen maar zeggen dat het gewoon erg lang geduurd heeft. “Been there, done that”, wij kunnen het afvinken van ons lijstje en zijn blij dat we weer even vaste (Europese) grond onder onze voeten hebben. We hebben de Azoren bereikt!

Update voor Henk en Michele

Hoi,

voor iedereen die de reis van Henk en Michelle volgt:

Spirit of Blacklock is intussen op 950 mijl van de azoren. Zij verwachten tegen volgend weekend op de azoren te zijn. Op dit moment is er vrij veel wind en er komt nog wat meer wind in de komende 2 dagen, maar alles gaat goed aan boord !

(Nooit) Klaar voor vertrek!

 

Al het bezoek is weg en het weer laat de laatste dagen ook te wensen over dus is het tijd om plannen te maken voor de overtocht naar de Azoren. Lijstjes maken van wat er nog allemaal moet gebeuren en wat we aan boodschappen moeten halen om het in ieder geval 4 weken uit te kunnen houden op zee. We hopen uiteraard dat het korter zal zijn maar we houden een slag om de arm om in geval van nood niet om te komen van de honger.
Fiona en James uit Engeland, die we in Suriname hebben ontmoet, zijn hier inmiddels ook gearriveerd. Samen met hen maken we plannen en uiteindelijk hebben we een weatherwindow en daarmee dus ook onze vertrekdatum; woensdag 3 mei!
In de supermarkt is het overduidelijk wie in dezelfde schoenen staan als wij, te zien aan de overvolle winkelwagens en we spreken diverse mensen die allemaal rond of op de derde gaan vertrekken. We zijn dus niet alleen hoewel we elkaar na een dag varen ongetwijfeld al uit het oog verloren zullen zijn.
We werken onze lijstjes af en dan is de boot er klaar voor, nu de bemanning nog. Nog twee dagen om ons mentaal voor te bereiden op een tocht die misschien wel vol verrassingen zal zitten want zo lekker als we op de heenweg zijn overgestoken zal het deze keer zeker niet worden. Maar er komt toch echt een moment dat het anker op moet dus zullen we ons verstand op nul zetten en ons over moeten geven.
Met een beetje weemoed zullen we Sint Maarten gaan verlaten. We hebben hier een geweldige tijd gehad, zijn een klein beetje ingeburgerd en hebben veel mensen leren kennen maar het seizoen loopt ook hier op zijn eind. De een vertrekt net als wij naar Europa, anderen naar het zuiden omdat ze hier weg moeten zijn voor het orkaanseizoen. Het loopt hier dus langzaam leeg.
Nog een kleine twee maanden en dan zijn we weer thuis maar eerst hebben we nog zo’n 2400 mijl (ca.4500 km) voor de boeg naar de Azoren en 1600 mijl (3000 km) naar Vlissingen.
Tot snel allemaal!

Sint Maarten

Als Luc er een paar dagen is gaan we een rondje om het eiland varen samen met René en Brigit van Blue Spirit en de Twixx, nog een Nederlandse boot. In Grand Case ontmoet Luc een paar mensen waar hij een paar dagen mee doorbrengt en wij vervolgen onze weg met de andere boten via Tintamarre en Pinel naar St. Barths waar we midden in de Bucketrace belanden en prachtige foto’s maken. Het inschrijfgeld voor deze race is slechts dertigduizend euro en wij varen zomaar gratis mee en belanden zelfs op de persfoto’s!
Weer terug op ons vaste ankerplekje arriveren Frank en Wil voor 12 dagen en ook een vriend van Luc die bij ons op de boot slaapt. Heel veel Boxtel dus op Sint Maarten maar nu iedereen weer op huis aan is hebben we tijd om zelf weer even bij te tanken. Het is altijd supergezellig maar het kost ook wel weer wat kruid omdat je zoveel mogelijk quality-time in een paar dagen wilt proppen. Met de warmte hier is dat soms best vermoeiend en al die gezelligheid gaat helaas ook gepaard met dagelijks te veel alcohol, we moeten nu dus even detoxen tot het volgende bezoek weer komt.
Vanwege de swell wisselen we regelmatig tussen Simson Baai en Marigot baai hoewel onze voorkeur uitgaat naar de laatste in het Franse deel van het eiland.
We besluiten dat we ook nog even iets anders willen zien dus gaan we een paar dagen naar Anguilla. Nadat we op vrijdagavond wederom naar het happy hour bij Lagoonies zijn geweest halen we een beetje brak op zaterdagochtend het anker op met de Blue Spirit in ons kielzog.
Het is maar een klein stukje varen dus nemen we niet de moeite het grootzeil te hijsen en
een kleine 3 uur later laten we het anker vallen in Road Bay waarna we samen met René en Brigit gaan inklaren bij het kantoor op het strand. Het is een rustige baai op een relaxed eiland met een paar strandtentjes.
Een dag later willen Henk en ik een flinke wandeling maken want een beetje beweging kan geen kwaad. René en Brigit gaan mee. Helaas zijn er weinig wandelpaden en moeten we grotendeels over de weg lopen behalve het laatste stuk naar het baaitje wat we voor ogen hadden. Compleet verhit komen we uit bij een prachtig verlaten strandje en nemen dankbaar een duik in het heerlijke water. Als we goed en wel klaar zijn om te vertrekken begint het te stortregenen en vinden we een grot waar we net met z’n vieren in kunnen schuilen. Als de lucht weer geklaard is vervolgen we onze weg terug naar de boot. Helaas is het deze keer niet bij een bui gebleven en begint het weer te regenen. Nat tot op onze onderbroek krijgen we op het laatste stukje een lift van een vriendelijke local die ons vlak bij onze dingy’s afzet.
Buiten de prachtige baaitjes heeft Anguilla in onze ogen weinig bijzonders en we besluiten dan ook op dinsdag ochtend weer terug te varen naar Sint Maarten. We hebben een paar heerlijke dagen gehad met leuk gezelschap.
Inmiddels checken we elke dag de wind maar op dit moment hangt er nog een groot hogedrukgebied tussen hier en de Azoren waardoor de overtocht voorlopig nog niet aan de orde is en dus is er voldoende tijd om alles klaar te maken voor onze terugreis naar Europa. We hebben allebei wel weer zin om naar huis te gaan hoewel we geen zin hebben in de overtocht die zo’n 3 weken zal duren maar we zien het ook wel weer als een nieuwe uitdaging.
Nog een paar weken dus om ons mentaal voor te bereiden en nog even te genieten van het warme weer, de prachtige turquoise wateren en de vele schildpadden en roggen om ons heen.

BVI’s en Sint Maarten

 

“Ik heb het hier eigenlijk al wel gezien”, zegt Henk als we door Sopers Hole op Tortola hebben gelopen. En ik ben het daar eigenlijk wel mee eens. Het is een kunstmatig dorpje gericht op met name de Amerikaanse toeristen en het is bomvol. Dus steken we over naar het eiland Jost van Dyke. Daar vinden we in de Great Harbour een prima stekje. Aan de wal wemelt het van de strandtentjes en eigenlijk is dit wel zoals we ons de carieb hadden voorgesteld. De weg door het dorp is van zand en de lokalen rijden er doorheen mee een oude auto volgebouwd met mega speakers achterin, die doet denken aan een de SiSi-reclame. En… na 9 dagen hebben we eindelijk weer WiFi!
We bezoeken wat andere stranden met de dingy die allemaal even prachtig zijn maar om eerlijk te zijn, als je 1 bounty eiland gezien hebt, heb je ze allemaal wel gezien. Op het ene eiland wijst de palmboom naar links en op het andere naar rechts dus besluiten we al snel dat we langzaam richting het oosten hoppen langs de eilanden om dan begin maart op Sint Maarten te zijn zodat we misschien nog wat mee kunnen pikken van de Heineken Regatta. Als we echter voor vertrek op Jost van Dyke nog gauw even de gribfiles checken blijkt er 2 dagen later een perfecte wind te komen om naar het oosten te varen en dat komt maar zelden voor. We zullen dus onze kans moeten grijpen en vertrekken naar Virgin Gorda, het oostelijkste eiland van de BVI’s. Als we Virgin Gorda verlaten door een zeer smalle en ondiepe doorgang tussen de riffen door, krijgen we bijna spijt. Het is hier prachtig!
Maar dertien uur later, om half 2 ’s nachts, komen we aan in de Marigot baai van Sint Maarten en gooien midden in de baai het anker neer. Het is druk en bomvol, we kijken morgen wel voor een beter plekje en na de scheepsborrel, die we altijd nemen als we ergens aangekomen zijn, liggen we om 4 uur in bed. Een latertje dus en toch zijn we om 9 uur al weer op en varen de Simson baai binnen waar we een beter plekje vinden en kunnen inklaren.
We ontmoeten verschillende mensen en hebben een paar gezellige dagen met Sheila & Chris (Canadezen) en Penny (Nederlands) & George (Amerikaan).
Inmiddels hebben we ook kennis gemaakt met René en Brigit met hun zeiljacht Blue Spirit. Van Brigit had ik al een paar keer een column in “Mooi Boxtel” gelezen omdat zij ook uit Boxtel komen. Wat is de wereld toch klein! En dan te bedenken dat er zelfs nog een derde Boxtelse zeilboot ligt.
Op zaterdagmiddag gaan we “even een borrel drinken” bij René en Brigit. Vergeet dat “even” maar want we hebben het veel te gezellig en belanden uiteindelijk zonder te eten en natuurlijk al te veel drank bij de Heineken Regatta waar we een superleuke avond hebben en meteen maar kaarten kopen voor de avond daarna. Die avond begint gelukkig wel na een behoorlijke avond maaltijd maar wat hebben we een lol. Met dank aan Brigit hebben we een staff-kaart en een Vip-bandje (vraag me niet hoe het haar gelukt is!) en dus gaan wij vrouwen samen naar de vip-tribunes. Na 1 bezoek worden we al herkend door de security en mogen gewoon doorlopen. Voor slechts $ 2,- krijgen we in plaats van een glas wijn een hele fles mee! Wij hoeven dus gelukkig niet aan het bier en krijgen er zelfs nog eten bij. Als UB40 begint te spelen wurmen we ons naar voren en slagen er in tot aan het podium te komen maar aangezien het daar veel te warm is zijn we snel weer terug bij onze mannen en maken er een gezellige avond van. Dit is een avond die ons nog lang zal heugen!

Inmiddels beginnen we langzaam ingeburgerd te raken op Sint Maarten. Hier houden we het wel even vol tot we kunnen oversteken naar de Azoren. Het klimaat is heerlijk en ook Luc besluit ineens over te komen en zal zelfs ruim 3 weken blijven. Gezelligheid met een grote (zachte) G dus.

Bonaire etc…

Het is stil aan het front zullen jullie wel denken, en dat klopt ook wel. We hebben 18 dagen in de wateren voor Bonaire vertoefd waar we weinig spannends meegemaakt hebben. Oké, we hebben ons duikbrevet gehaald wat zeker voor mij een hele overwinning is om zomaar tussen best wel grote vissen te zwemmen. Helaas heb ik na 3 weken nog steeds een doof oor wat me behoorlijk de keel begint uit te hangen. Verder snorkelen we veel en lopen dagelijks een rondje door Kralendijk, we varen naar klein Bonaire met de dingy. Het zand is daar zo wit dat het pijn doet aan je ogen. Al snorkelend zien we mooie vissen maar helaas ook een paar met piercings (Visangels in de bek). De terugtocht vanaf klein Bonaire is een hel, het water is veel te wild voor zo’n klein bootje maar we eindigen in een soort van villawijk waar heel veel buitenlanders villa’s aan het water hebben en waar zelfs van der Valk is neergedaald. We zien flamingo’s tijdens een stevige wandeling en genieten van de verschillende mooie uitzichten op zee vanuit verschillende hoeken.
Als we bijna stamgasten beginnen te worden bij Karels Beach Bar wordt het tijd om plannen te gaan maken.
Op dag 17 (dinsdag) bespreken we ons “plan de campagne”; die dag boodschappen doen, woensdag scooter huren en rondje eiland doen, donderdag uitklaren en klaarmaken, vrijdag tanken en wegwezen. Maar dit alles uiteraard niet voordat we de gribfiles (windkaarten) gedownload hebben voor de komende paar dagen. Zaterdag gaat de wind draaien naar het noordoosten en dat is nou juist de richting die wij op willen. Tot die dag een oostelijke wind dus kunnen we beter zo snel mogelijk vertrekken en zo komt het dat we dus geen tijd meer hebben om het eiland te verkennen met scooter en dat we alles op 1 dag moeten regelen. Phoe, we zouden er moe van worden.
Woensdagochtend vertrekken we dan ook vol goede moed. Onder het eiland door is nog weinig wind maar boven het eiland begint de beloofde windkracht 4-5 zijn best te doen en al snel zeilen we een heerlijk koersje. “Als het zo blijft, teken ik er voor”, zegt Henk. Dat had ie dus beter niet kunnen zeggen. Ergens moeten we iets gemist hebben op de gribfiles want de wind trekt uiteindelijk aan naar windkracht 8 en aan de wind is dat geen pretje. We hebben al bij vertrek de tweede reef in het grootzeil gezet en uiteindelijk moeten we zelfs de gereefde fok inhalen en het stormfokje bijzetten. We hangen ontzettend schuin en bonken op de golven. Ik heb tot nu in elke omstandigheid eten kunnen maken maar dat gaat nu gewoonweg niet lukken dus worden het bruine boterhammen met kaas. Helaas wordt de wind er niet minder op en waait de hele nacht stevig door. Pas de volgende ochtend neemt het iets af maar blijft het toch een flinke windkracht 7. Gelukkig lukt het de tweede dag wel om in ieder geval iets eenvoudigs te bereiden maar du moment dat ik boter in de pan wil doen stopt de generator er mee. Wat we ook doen, we krijgen hem niet meer aan de gang en zonder generator geen kookplaat maar kunnen we ook de accu’s niet voldoende laden. We duiken de motorruimte in met zaklampen en al snel blijkt de impellor versleten te zijn die volgens de draaiuren nog niet aan vervanging toe zou moeten zijn. Gelukkig hebben we een reserve impellor bij ons en kunnen we deze vervangen en ja hoor, de generator doet het weer. Maar helaas, de vreugde is van korte duur want hij stopt er weer mee. Waarschijnlijk zitten er resten van de oude impellor in de warmtewisselaar, een klusje wat we onder deze omstandigheden niet uit kunnen voeren. We hebben gelukkig nog de whispergen waar we de accu’s mee op peil kunnen houden maar de kookplaat trekt ie niet, dus weer een avondje brood.
Op dag drie zijn we het allebei helemaal beu, we beuken nog steeds in de golven en we schieten geen steek op. We varen recht op Puerto Rico af maar aangezien we geen Amerikaans Visum hebben aangevraagd komen we daar niet in. Een Esta blijkt als zeiler niet voldoende. Dan herinner ik me een gesprek dat ik had met een Australische man die tegen me zei: “why bother?”, hij heeft vaak genoeg gewoon geankerd zonder in te klaren en naar immigratie te gaan en heeft nooit controle gehad. Waarschijnlijk heeft ie nog gelijk ook, wij hebben ons tot nu toe keurig aan alle regeltjes gehouden maar nog nooit een controle gehad of gezien. We besluiten het er op te wagen en na 77 uur kiezen we een klein eilandje met de dubieuze naam Caja de Muertos voor de kust van Puerto Rico uit waar we na 3 dagen en 5 uur rodeo rijden, want zo voelen we ons, het anker op een heerlijk beschutte plek kunnen laten vallen. Het is een prachtig rustig plekje en als we eindelijk liggen bekijken voor de zoveelste keer de gribfiles om uit vinden wat we gemist hebben maar we kunnen niks ontdekken maar wat was het zwaar. Dit was bijna nog erger dan de golf van biskaje.
Met het, uit voorzorg, meegebrachte campinggas pitje lukt het om ieder geval iets warms op tafel te krijgen en gebroken liggen we uiteindelijk om acht uur in bed. We slapen het klokje heerlijk rond zonder muggen en niet te warm!
De volgende ochtend begint Henk aan de reparatie van de generator. Tussen het assisteren door; “ mag ik een waterpomptang, dopje 8 met ratel, sleuteltje 10, een botte doorslag etc., maak ik de boot zoutvrij. Hebben we een paar dagen geleden nog allebei volmondig gezegd dat we nooit water in de kuip krijgen moeten we hier dus toch op terug komen, werkelijk alles zit vol met zout. Het was dan ook echt heel heftig. Als dit leuk moet zijn dan doe ons maar de oceaanoversteek, die was een stuk comfortabeler. Maar de generator is weer als nieuw en doet het als nooit tevoren. We kunnen weer accu’s laden en eten in een schone boot.
Als we voldaan van onze goed geslaagde werkzaamheden een frisse duik hebben genomen komt er een officieel uitziende boot aanvaren. Ja hoor, daar hebben we het gedonder.
Terwijl Henk naar binnen schiet om een droge zwembroek aan te doen vaart het bootje op 10 meter langs en ik zwaai vriendelijk naar de heren in uniform en roep “ Ola!”. Ik krijg een vriendelijk Ola terug van beide heren en weg zijn ze. Pfff, daar komen we goed mee weg!
Na twee nachten denk ik dat het verstandiger is om een andere plek te zoeken in verband met onze illegale status en dus verkassen we naar een ankerplekje aan het vaste land van Puerto Rico waar we een nachtje blijven. Als we een dag later weer een andere plek vinden in de bewoonde wereld worden we meteen bij ons tochtje naar de kant tegemoet gevaren door een Amerikaans stel die ons vertellen waar we moeten zijn. We mogen de dingy op hun helling leggen, ze willen ons naar de supermarkt brengen met de auto en we worden uitgenodigd voor een borrel en zelfs voor het eten! Wat een gastvrijheid en vriendelijkheid.
We hebben een super gezellige valentijnsavond en ook de volgende dag worden we weer uitgenodigd voor het eten, tezamen met een andere zeiler en een stel vrienden van Janice en Don. Maar hoe gezellig we het ook vinden, we voelen ons niet geheel comfortabel en willen toch graag door naar de British Virgin Islands en daarom vertrekken we op donderdagochtend vroeg richting Engels grondgebied. De zee is deze keer gelukkig rustig maar helaas staat er ook niet veel wind dus moeten we op de motor. Als we ’s avonds tegen negenen in het donker voor St. Johns (US Virgin Island, dus ook geen optie voor ons) varen begint de schroef rare geluiden te maken en we denken dat er iets in zit. We varen net voor een ankergebied langs dus maken nog 1 keer een illegale stop. We kunnen niet verder dus we moeten wel. Als Henk in de vroege ochtend de schroef checkt zit er toch niks in en de schroef klinkt ook weer prima dus waarschijnlijk is het er tijdens het voor anker gaan toch uitgekomen. Snel door naar Sopers Hole op Tortola om in te klaren. De procedure verloopt soepel en eindelijk zijn we weer legaal. Voelt toch een stuk lekkerder en nu kunnen we met een gerust hart de BVI’s gaan verkennen. De eerste indruk is in ieder gevaL prima. Het is groen en ziet er mooi uit. Vooralsnog helaas wel heel erg druk met Amerikaanse charterboten maar we gaan gewoon op zoek naar verlaten baaitjes.

Curacao II (24-1-17)

“Allemachtig Prachtig”, was het. Met deze lijfspreuk van onze nieuwe vriend Arthur nemen we afscheid van het mooie Curacao met de (soms) prachtige stranden en het mooie Willemstad. Soms, zeg ik, omdat achter de façades voor toeristen soms een behoorlijke puinhoop schuilgaat. Hoewel de gebouwen hier beter onderhouden worden dan in Suriname valt er hier ook nog een hoop te doen. Het afval wordt overal gewoon gedumpt, men is zich totaal niet bewust van de impact die al dat afval heeft op het milieu. Die bewustwording kan nog weleens jaren duren. Daarnaast is hier ook veel corruptie en worden wij Makamba’s soms met de nek aangekeken. Makamba is niet meer dan een scheldwoord voor Nederlanders, waar ze hier een hekel aan hebben. Vreemd want ze hebben allemaal een Nederlands paspoort hier en zijn dus evengoed Nederlander. Uiteraard is niet elke Curaçaoënaar deze mening toebedeeld en zijn er genoeg aardige en behulpzame eilandbewoners.
We hebben hier dan ook een leuke tijd gehad, samen met Annabel hebben we het festival van het jaar meegemaakt in Fuikbaai. Elke eerste zondag van het jaar verzamelt zich half Curacao met boot in deze baai waar diverse bekende artiesten optreden. Ook wij gooien hier ons anker uit en begeven ons met het bijbootje tussen de feestvierders in zwembandjes.
Jeroen Pauw en Najib Amhali dobberen in hun bandjes voorbij en op het grote feestschip Insulinde zien we veel bekende Nederlanders. Het was een dag om nooit te vergeten en ik weet zeker dat Annabel ook goede herinneringen aan deze dag zal overhouden.
We zijn hier veel langer gebleven dan gepland maar op de dag dat we aan week 4 beginnen vind ik het welletjes geweest. We vullen onze tijd al dagen met eigenlijk helemaal niks doen en dat heb ik wel gezien. Ik stel voor om naar Bonaire te gaan en op vrijdag gaan we met de bus naar Willemstad om uit te klaren en naar immigratie te gaan. Al met al zijn we hier in een uurtje mee klaar. Daarna mogen we de auto van Arthur lenen om nog wat laatste boodschappen te doen om ook de laatste guldens op te maken. ’s Avonds nemen we afscheid van Arthur en op zaterdag halen we om acht uur het anker op. In de baai staat geen zuchtje wind maar eenmaal buiten staat er een lekker windje, helaas pal op onze neus en dus zit er niks anders op dan op de motor de 30 mijl naar Bonaire te varen.
Om half 3 bereiken we Kralendijk waar we aan een boei gaan liggen. De inklaringsprocedure verloopt hier lekker soepel en we zijn weer legaal. Het blijft raar om in een bijzondere gemeente van Nederland toch in te moeten klaren en een stempel te moeten hebben van immigratie. Al die verschillende inklaringsprocedures en corruptie waar we over horen op de noordelijke eilanden kunnen onze toekomstige plannen best eens doen veranderen maar dat is van latere zorg. Eerst gaan we ons duikbrevet halen, we hebben ons ingeschreven voor een cursus die vrijdag begint zodat we de onbekende wereld die steeds onder ons voorbij raast toch wat beter kunnen leren kennen.

Curacao ( 5-1-17)

“Ga toch mee!”, zegt onze achtbuurman in de Caracasbaai op Curacao. Hij nodigt ons uit om mee naar Willemstad te varen om daar in de binnenstad aan te meren en Oud en Nieuw te vieren. Ondanks al onze tegenwerpingen en bedenkingen varen we uiteindelijk mee en om 17:30 uur zijn we in de stad en inderdaad, onze bezwaren waren gegrond. We mogen er niet liggen. Alle moeite voor niks dus. We hadden gedacht dat Arthur, die hier zelf woont, het wel zou weten maar er zit niks anders op dan weer terug te varen naar de baai en op een andere manier in de stad te komen. Vol gas varen we terug met Rebacca en Christiaan, de kinderen van Herman en Jahaira, die met ons mee zijn gevaren. Ook zij moeten nu weer met de auto terug naar de baai om hun kinderen op te halen. Gelukkig kunnen we met Herman, Jahaira en de drie kinderen mee terug naar de stad rijden. We hebben tenslotte afgesproken met Marianne en Tonny, die we uiteindelijk bij de pontjesbrug ontmoeten en waarmee we gelukkig toch samen het nieuwe jaar in kunnen luiden. Het vuurwerk is prachtig en oorverdovend en het is bijzonder om hier aan de andere kant van de wereld met familie oud en nieuw te vieren.
Arthur blijkt later pas om half 12 ’s avonds terug te zijn gekeerd en met motorproblemen naar binnen te zijn gesleept. Zijn oud en nieuw is dus een beetje in het water gevallen maar dat hebben we een dag later goed gemaakt en het dunnetjes over gedaan op het strand.

Inmiddels zijn we dus op Curacao omdat we op Grenada een beetje het gevoel kregen dat alle Caribische eilanden een beetje hetzelfde zijn en we iets anders wilden. De kerst brengen we door op Carriacou waar het werkelijk uitgestorven is en daar ontstaat het plan om naar Curacao te varen. We verwachten dat we pas op woensdag kunnen uitklaren omdat alles gesloten is maar gelukkig kunnen we op tweede kerstdag alles regelen bij immigratie. Het papierwerk neemt ruim twee uur in beslag maar het scheelt ons uiteindelijk toch een dag en dus vertrekken we op tweede kerstdag. We hebben de snelheid er goed in en maken twee keer een daggemiddelde van 184 mijl. We gaan eigenlijk te hard want nu komen we weer in het donker aan. Henk vaart in de vroege ochtend wat verder door om tijd te trekken en maakt mij wakker als het licht begint te worden en we het Spaanse water in kunnen varen. De ingang is erg smal en ondiep en met het blote oog nauwelijks zichtbaar. Nu snappen we wel dat ze waarschuwen om hier niet in het donker naar binnen te varen. Om half 8 liggen we in een prachtige baai waar de schildpadden om de boot heen zwemmen.
We krijgen om half 10 een lift naar de stad van Herman en Jahaira uit Aruba die hier op vakantie zijn met hun boot. Van slapen komt dus niet veel en om twee uur zijn we eindelijk klaar met alle formaliteiten. We kunnen terug met de bus naar onze ankerplek en genieten van een heerlijke tournedos, eindelijk en dat op mijn verjaardag, wat een kadootje!
We huren de meest aftandse auto die je je kunt bedenken maar hij brengt ons van A naar B (hopen we!). Curacao is heel toeristisch maar wel gezellig. En… Luc en Annabel kunnen komen. Helaas heeft Luc geen tijd maar wat zijn we blij om Annabel weer even een weekje bij ons te hebben!

Grenada (19-12-16)

image

Nadat we in Waterland onder luid getoeter van Noël zijn uitgezwaaid verblijven we nog een paar dagen in Domburg om de laatste boodschappen te doen en uit te klaren.
Dan is ons Suriname avontuur voorbij en varen we langzaam de Suriname rivier af, het donker tegemoet richting Grenada. We waren al gewaarschuwd voor een wilde zee en met soms windkracht 8 zijn we daar na 2,5 dag ook echt helemaal klaar mee. We maken daarom een “illegale” tussenstop in Tobago zonder in te klaren ,wat ons achteraf gezien, problemen had kunnen opleveren. Tobago ziet er echt prachtig Caribisch uit. Ik zie alleen niemand van zijn boot af het water induiken en durf daarom zelf ook niet zo goed. Geen idee wat voor beesten hier zitten en dus blijf ik maar aan het trapje hangen om snel het water uit te kunnen in geval van nood.
Problemen vanwege het niet inklaren op Tobago hebben we niet gehad en het inklaren op Grenada verloopt vlekkeloos. We zijn legaal en hebben een cruising permit voor de komende eilanden op zak.
We verblijven een paar nachten in verschillende baaien en voegen ons vervolgens bij Steffi en Tommi, die we in Suriname hebben ontmoet, in St.George. De hoofdstad van Grenada.
Nadat Tommie ons heeft geholpen met onze dinghy bij het aanleggen in de haven is het onze beurt om hen te helpen hun boot te verplaatsen want de boot naast hen staat in brand. Een hoop consternatie alom maar de brand is gelukkig snel geblust.
Vooralsnog vinden we Grenada niet zo bijzonder. Het doet ons denken aan Zuid Spanje en geeft ons niet het Caribisch gevoel. Toch zullen we hier nog een paar dagen moeten blijven om wederom het grootzeil te laten repareren. Misschien niet helemaal noodzakelijk maar we moeten er toch nog een keer een oceaan mee oversteken en als we horen dat twee Nederlandse schepen in Domburg zijn aangekomen waarvan 1 zonder mast en 1 zonder giek willen we het zekere voor het onzekere nemen. We raken al aardig geoefend in het demonteren en monteren van het enorme monster. Hopelijk voorlopig voor het laatst.

We kunnen hier met de dinghy voor de supermarkt “parkeren” maar het aanbod is beperkt. Soms mis ik mijn eigen vertrouwde Albert Heijn wel en de pasta komt me echt de neus uit. Nou word ik, als iemand die echt geen keukenprinses is, wel wat creatiever met groenten en aardappels maar het vlees ziet er hier niet echt lekker uit. Allemaal diepgevroren en wij zijn geen viseters dus eten we veel vegetarisch en heel veel eieren. Een stevige tournedos klinkt ons als muziek in de oren maar daar zullen we nog even geduld voor moeten hebben. Waar we kerst vieren weten we nog niet precies maar misschien kunnen we een lekker restaurantje vinden. Aan alle kanten horen we de ons bekende kerstliedjes maar wel met een stevige steeldrum beat eronder waardoor ze weer net wat gezelliger klinken.

Vanuit een zonnig en warm Grenada wensen wij iedereen alvast hele fijne feestdagen!

p.s. De foto is van Tobago