Bonaire etc…

Het is stil aan het front zullen jullie wel denken, en dat klopt ook wel. We hebben 18 dagen in de wateren voor Bonaire vertoefd waar we weinig spannends meegemaakt hebben. Oké, we hebben ons duikbrevet gehaald wat zeker voor mij een hele overwinning is om zomaar tussen best wel grote vissen te zwemmen. Helaas heb ik na 3 weken nog steeds een doof oor wat me behoorlijk de keel begint uit te hangen. Verder snorkelen we veel en lopen dagelijks een rondje door Kralendijk, we varen naar klein Bonaire met de dingy. Het zand is daar zo wit dat het pijn doet aan je ogen. Al snorkelend zien we mooie vissen maar helaas ook een paar met piercings (Visangels in de bek). De terugtocht vanaf klein Bonaire is een hel, het water is veel te wild voor zo’n klein bootje maar we eindigen in een soort van villawijk waar heel veel buitenlanders villa’s aan het water hebben en waar zelfs van der Valk is neergedaald. We zien flamingo’s tijdens een stevige wandeling en genieten van de verschillende mooie uitzichten op zee vanuit verschillende hoeken.
Als we bijna stamgasten beginnen te worden bij Karels Beach Bar wordt het tijd om plannen te gaan maken.
Op dag 17 (dinsdag) bespreken we ons “plan de campagne”; die dag boodschappen doen, woensdag scooter huren en rondje eiland doen, donderdag uitklaren en klaarmaken, vrijdag tanken en wegwezen. Maar dit alles uiteraard niet voordat we de gribfiles (windkaarten) gedownload hebben voor de komende paar dagen. Zaterdag gaat de wind draaien naar het noordoosten en dat is nou juist de richting die wij op willen. Tot die dag een oostelijke wind dus kunnen we beter zo snel mogelijk vertrekken en zo komt het dat we dus geen tijd meer hebben om het eiland te verkennen met scooter en dat we alles op 1 dag moeten regelen. Phoe, we zouden er moe van worden.
Woensdagochtend vertrekken we dan ook vol goede moed. Onder het eiland door is nog weinig wind maar boven het eiland begint de beloofde windkracht 4-5 zijn best te doen en al snel zeilen we een heerlijk koersje. “Als het zo blijft, teken ik er voor”, zegt Henk. Dat had ie dus beter niet kunnen zeggen. Ergens moeten we iets gemist hebben op de gribfiles want de wind trekt uiteindelijk aan naar windkracht 8 en aan de wind is dat geen pretje. We hebben al bij vertrek de tweede reef in het grootzeil gezet en uiteindelijk moeten we zelfs de gereefde fok inhalen en het stormfokje bijzetten. We hangen ontzettend schuin en bonken op de golven. Ik heb tot nu in elke omstandigheid eten kunnen maken maar dat gaat nu gewoonweg niet lukken dus worden het bruine boterhammen met kaas. Helaas wordt de wind er niet minder op en waait de hele nacht stevig door. Pas de volgende ochtend neemt het iets af maar blijft het toch een flinke windkracht 7. Gelukkig lukt het de tweede dag wel om in ieder geval iets eenvoudigs te bereiden maar du moment dat ik boter in de pan wil doen stopt de generator er mee. Wat we ook doen, we krijgen hem niet meer aan de gang en zonder generator geen kookplaat maar kunnen we ook de accu’s niet voldoende laden. We duiken de motorruimte in met zaklampen en al snel blijkt de impellor versleten te zijn die volgens de draaiuren nog niet aan vervanging toe zou moeten zijn. Gelukkig hebben we een reserve impellor bij ons en kunnen we deze vervangen en ja hoor, de generator doet het weer. Maar helaas, de vreugde is van korte duur want hij stopt er weer mee. Waarschijnlijk zitten er resten van de oude impellor in de warmtewisselaar, een klusje wat we onder deze omstandigheden niet uit kunnen voeren. We hebben gelukkig nog de whispergen waar we de accu’s mee op peil kunnen houden maar de kookplaat trekt ie niet, dus weer een avondje brood.
Op dag drie zijn we het allebei helemaal beu, we beuken nog steeds in de golven en we schieten geen steek op. We varen recht op Puerto Rico af maar aangezien we geen Amerikaans Visum hebben aangevraagd komen we daar niet in. Een Esta blijkt als zeiler niet voldoende. Dan herinner ik me een gesprek dat ik had met een Australische man die tegen me zei: “why bother?”, hij heeft vaak genoeg gewoon geankerd zonder in te klaren en naar immigratie te gaan en heeft nooit controle gehad. Waarschijnlijk heeft ie nog gelijk ook, wij hebben ons tot nu toe keurig aan alle regeltjes gehouden maar nog nooit een controle gehad of gezien. We besluiten het er op te wagen en na 77 uur kiezen we een klein eilandje met de dubieuze naam Caja de Muertos voor de kust van Puerto Rico uit waar we na 3 dagen en 5 uur rodeo rijden, want zo voelen we ons, het anker op een heerlijk beschutte plek kunnen laten vallen. Het is een prachtig rustig plekje en als we eindelijk liggen bekijken voor de zoveelste keer de gribfiles om uit vinden wat we gemist hebben maar we kunnen niks ontdekken maar wat was het zwaar. Dit was bijna nog erger dan de golf van biskaje.
Met het, uit voorzorg, meegebrachte campinggas pitje lukt het om ieder geval iets warms op tafel te krijgen en gebroken liggen we uiteindelijk om acht uur in bed. We slapen het klokje heerlijk rond zonder muggen en niet te warm!
De volgende ochtend begint Henk aan de reparatie van de generator. Tussen het assisteren door; “ mag ik een waterpomptang, dopje 8 met ratel, sleuteltje 10, een botte doorslag etc., maak ik de boot zoutvrij. Hebben we een paar dagen geleden nog allebei volmondig gezegd dat we nooit water in de kuip krijgen moeten we hier dus toch op terug komen, werkelijk alles zit vol met zout. Het was dan ook echt heel heftig. Als dit leuk moet zijn dan doe ons maar de oceaanoversteek, die was een stuk comfortabeler. Maar de generator is weer als nieuw en doet het als nooit tevoren. We kunnen weer accu’s laden en eten in een schone boot.
Als we voldaan van onze goed geslaagde werkzaamheden een frisse duik hebben genomen komt er een officieel uitziende boot aanvaren. Ja hoor, daar hebben we het gedonder.
Terwijl Henk naar binnen schiet om een droge zwembroek aan te doen vaart het bootje op 10 meter langs en ik zwaai vriendelijk naar de heren in uniform en roep “ Ola!”. Ik krijg een vriendelijk Ola terug van beide heren en weg zijn ze. Pfff, daar komen we goed mee weg!
Na twee nachten denk ik dat het verstandiger is om een andere plek te zoeken in verband met onze illegale status en dus verkassen we naar een ankerplekje aan het vaste land van Puerto Rico waar we een nachtje blijven. Als we een dag later weer een andere plek vinden in de bewoonde wereld worden we meteen bij ons tochtje naar de kant tegemoet gevaren door een Amerikaans stel die ons vertellen waar we moeten zijn. We mogen de dingy op hun helling leggen, ze willen ons naar de supermarkt brengen met de auto en we worden uitgenodigd voor een borrel en zelfs voor het eten! Wat een gastvrijheid en vriendelijkheid.
We hebben een super gezellige valentijnsavond en ook de volgende dag worden we weer uitgenodigd voor het eten, tezamen met een andere zeiler en een stel vrienden van Janice en Don. Maar hoe gezellig we het ook vinden, we voelen ons niet geheel comfortabel en willen toch graag door naar de British Virgin Islands en daarom vertrekken we op donderdagochtend vroeg richting Engels grondgebied. De zee is deze keer gelukkig rustig maar helaas staat er ook niet veel wind dus moeten we op de motor. Als we ’s avonds tegen negenen in het donker voor St. Johns (US Virgin Island, dus ook geen optie voor ons) varen begint de schroef rare geluiden te maken en we denken dat er iets in zit. We varen net voor een ankergebied langs dus maken nog 1 keer een illegale stop. We kunnen niet verder dus we moeten wel. Als Henk in de vroege ochtend de schroef checkt zit er toch niks in en de schroef klinkt ook weer prima dus waarschijnlijk is het er tijdens het voor anker gaan toch uitgekomen. Snel door naar Sopers Hole op Tortola om in te klaren. De procedure verloopt soepel en eindelijk zijn we weer legaal. Voelt toch een stuk lekkerder en nu kunnen we met een gerust hart de BVI’s gaan verkennen. De eerste indruk is in ieder gevaL prima. Het is groen en ziet er mooi uit. Vooralsnog helaas wel heel erg druk met Amerikaanse charterboten maar we gaan gewoon op zoek naar verlaten baaitjes.