Grenada (19-12-16)

image

Nadat we in Waterland onder luid getoeter van Noël zijn uitgezwaaid verblijven we nog een paar dagen in Domburg om de laatste boodschappen te doen en uit te klaren.
Dan is ons Suriname avontuur voorbij en varen we langzaam de Suriname rivier af, het donker tegemoet richting Grenada. We waren al gewaarschuwd voor een wilde zee en met soms windkracht 8 zijn we daar na 2,5 dag ook echt helemaal klaar mee. We maken daarom een “illegale” tussenstop in Tobago zonder in te klaren ,wat ons achteraf gezien, problemen had kunnen opleveren. Tobago ziet er echt prachtig Caribisch uit. Ik zie alleen niemand van zijn boot af het water induiken en durf daarom zelf ook niet zo goed. Geen idee wat voor beesten hier zitten en dus blijf ik maar aan het trapje hangen om snel het water uit te kunnen in geval van nood.
Problemen vanwege het niet inklaren op Tobago hebben we niet gehad en het inklaren op Grenada verloopt vlekkeloos. We zijn legaal en hebben een cruising permit voor de komende eilanden op zak.
We verblijven een paar nachten in verschillende baaien en voegen ons vervolgens bij Steffi en Tommi, die we in Suriname hebben ontmoet, in St.George. De hoofdstad van Grenada.
Nadat Tommie ons heeft geholpen met onze dinghy bij het aanleggen in de haven is het onze beurt om hen te helpen hun boot te verplaatsen want de boot naast hen staat in brand. Een hoop consternatie alom maar de brand is gelukkig snel geblust.
Vooralsnog vinden we Grenada niet zo bijzonder. Het doet ons denken aan Zuid Spanje en geeft ons niet het Caribisch gevoel. Toch zullen we hier nog een paar dagen moeten blijven om wederom het grootzeil te laten repareren. Misschien niet helemaal noodzakelijk maar we moeten er toch nog een keer een oceaan mee oversteken en als we horen dat twee Nederlandse schepen in Domburg zijn aangekomen waarvan 1 zonder mast en 1 zonder giek willen we het zekere voor het onzekere nemen. We raken al aardig geoefend in het demonteren en monteren van het enorme monster. Hopelijk voorlopig voor het laatst.

We kunnen hier met de dinghy voor de supermarkt “parkeren” maar het aanbod is beperkt. Soms mis ik mijn eigen vertrouwde Albert Heijn wel en de pasta komt me echt de neus uit. Nou word ik, als iemand die echt geen keukenprinses is, wel wat creatiever met groenten en aardappels maar het vlees ziet er hier niet echt lekker uit. Allemaal diepgevroren en wij zijn geen viseters dus eten we veel vegetarisch en heel veel eieren. Een stevige tournedos klinkt ons als muziek in de oren maar daar zullen we nog even geduld voor moeten hebben. Waar we kerst vieren weten we nog niet precies maar misschien kunnen we een lekker restaurantje vinden. Aan alle kanten horen we de ons bekende kerstliedjes maar wel met een stevige steeldrum beat eronder waardoor ze weer net wat gezelliger klinken.

Vanuit een zonnig en warm Grenada wensen wij iedereen alvast hele fijne feestdagen!

p.s. De foto is van Tobago

Jungle tocht (6-12-16-)

imageEen uur later dan afgesproken arriveert onze chauffeur/tourguide in een….. Minivan! Daar gaat mijn idee over een avontuurlijke jeepsafari. Om geen extra tijd meer te verspillen maken we er maar geen woorden aan vuil, we willen weg. We hoeven gelukkig niet eerst de hele weg naar Paramaribo terug te rijden en dus zitten we al snel op soms slecht begaanbare wegen. Via de savannen rijden we langzaam de jungle in en hopen dat de auto het houdt. De rit duurt ruim 8 uur maar er is genoeg te zien. We stoppen regelmatig voor een verfrissend drankje, lunch of mooi uitzicht maar om maar in de term van Mieke te blijven, we stoppen niet voor elke grote boom.
We passeren een paar indianendorpen en uiteindelijk bereiken we onze eerste bestemming, Apoera. Een indianendorp met zo’n 2000 inwoners. We verblijven in het guesthouse van een indiaanse vrouw die zich gewoon in het Nederlands voorstelt als tante Annie. Het blijft raar om in dit land gewoon Nederlands te kunnen praten met iedereen.
Het guesthouse is zeer eenvoudig maar redelijk schoon. Hier verblijven we twee nachten.
De tweede ochtend maken we een vaartocht over de Kaburi kreek op zoek naar reuzeotters maar omdat we veel te laat zijn zien we geen enkele otter maar de tocht is wel prachtig.
In de middag bezoeken we de sawmill, houtzagerij, van Apoera waar veel inwoners hun kost verdienen. We zien eeuwenoude bomen gekapt liggen en vrezen voor het oerwoud van Suriname. Volgens onze gids wordt er wel aan nieuwe aanplant gedaan maar dat weegt nooit op tegen hetgeen ze kappen.
Daarna bezoeken we een verlaten onderhoudsstation voor treinen, verscholen in het groen. Het station is gebouwd 1976 en de spoorlijn is 80 kilometer lang en loopt van Apoera naar het Bakhuysgebergte en was bedoeld voor de bauxiet industrie. Na voltooing in 1978 zijn de spoorlijn en het onderhoudsstation nooit gebruikt. Het is deels gebouwd met geld dat Suriname kreeg van Nederland na de onafhankelijkheid. De locomotieven staan er verlaten bij en worden bewoond door honderden vleermuizen en bijen en worden langzaam overwoekerd door de natuur. De spoorlijn wordt hier “van niets naar nergens” genoemd.
Op dag 3 vertrekken we al vroeg richting de Blanche Marie watervallen waar we in een prachtige lodge overnachten, midden in de jungle. Vanaf ons terras zien we capucijneraapjes door de boven klimmen en toekans zich tegoed doen aan de vele vruchten die hier overal groeien.
Omdat we aan het einde van het droge seizoen zijn staat er niet zoveel water in de watervallen maar voldoende voor ons om er in te kunnen zwemmen en te genieten van de natuurlijke jacuzzi’s.
Helaas verblijven we hier maar 1 nacht dus op zondagochtend vertrekken we al weer vroeg voor de terugrit. Na de lunch komen we uit bij een busje met Nederlandse toeristen dat is vastgelopen. We stappen uit om te helpen en al snel zijn ze weer los. We vervolgen onze weg en zeggen dat we blij zijn dat wij het niet waren maar dat hadden we dus niet moeten doen. 250 meter verder raken wij van de weg, we schudden alle kanten op en komen met een klap tot stilstand. Behalve Fiona die een bult op haar hoofd heeft zijn we gelukkig allemaal ongedeerd gebleven maar de auto zit helemaal vast, de linker voorband is lek, de bodemplaat ligt er half onderuit en de bumper heeft een flinke deuk. Terwijl Henk de achterband probeert uit te graven lopen Fiona, James en ik terug naar de plek van het gestrande busje om platen te halen om onder de auto te leggen. Uiteindelijk lukt het Henk om de auto los te rijden en vervangen we de band. We kunnen weer verder, hopende dat we niet nog een lekke band krijgen of dat er leidingen onder de auto beschadigd zijn.
Als we eindelijk weer in een beetje bewoonde wereld zijn en door een dorpje rijden krijgen we rechts voor een klapband! Dat kan wel even gaan duren denken we en dus gaat Fiona een koud biertje halen bij de supermarkt maar een vriendelijke Javaan/indiaan biedt aan ons naar marina waterland te brengen, het is tenslotte nog maar zo’n 20 minuten rijden.
We praten nog even wat na op het terras en om negen uur rollen we moe maar voldaan ons eigen bedje in.