Suriname (30-11-16)

image“ACHTERUIT!”, gil ik tegen Henk, “daar ligt een krokodil!”. Maar Henk vaart gewoon door want volgens hem is het een boomstam. “Echt niet, daar zit z’n oog en dat is z’n bek! Terug!”, roep ik nogmaals. Mijn hart gaat tekeer maar natuurlijk is het een boomstam, hysterica die ik ben! We zijn met ons bijbootje de Suriname rivier verder opgevaren, de jungle in. Het is prachtig maar we zien geen enkel beest, hoewel hier wel kaaimannen zitten maar die worden pas ’s avonds actief. Zwemmen kan wel in de rivier maar er zitten wel piranha’s, dus ik geef mijn portie wel aan fikkie.
Suriname is een prachtig land met supervriendelijke mensen, iedereen wil een praatje met je maken en we zitten dan ook regelmatig met locals te kletsen waardoor we veel te horen krijgen over de historie van deze oude kolonie, waar heel veel bevolkingsgroepen en religies in harmonie naast en met elkaar leven. Daar kunnen we in het westen nog wat van leren.
Omdat we hier echt midden in de jungle zitten huren we een auto. Het links rijden gaat Henk goed af maar na een week wil hij alleen nog steeds aan de verkeerde kant instappen. Paramaribo is slechts 25 kilometer hier vandaan maar de wegen zijn bezaaid met verschrikkelijke drempels en kuilen waardoor je over zo’n kleine afstand soms meer dan een kunt doen.
Paramaribo was ooit een prachtige stad. Dat is het natuurlijk nog steeds maar het verval is duidelijk zichtbaar wat echt eeuwig zonde is.
De oude plantages worden helemaal teruggenomen door de natuur die binnen enkele jaren alles overwoekert en er weinig overblijft van het erfgoed, zo ervaren we als we een excursie maken over de Commewijne rivier en twee verlaten plantages bezoeken.
Hoewel we midden in het regenseizoen zitten merken wij er weinig van. Alleen de eerste dag, toen we met ons fietsje op pad waren, hebben we zoooooo veel regen in een uur zien vallen dat dit het waarschijnlijk was. Gelukkig waren we op dat moment net in Domburg waar we konden schuilen. Verder is het hier echt bloedheet!
Morgen gaan we met een 4×4 voor 4 dagen de jungle in naar Blanche Marie, waarvan gezegd wordt dat het de mooiste watervallen van Suriname zijn maar ook heel anders dan wat we tot nu toe gezien hebben. We gaan het beleven!

De oversteek (20-11-16)

image Wanneer we onze laatste Escudo’s aan water hebben uitgegeven en de tanks bijna vol zijn horen we vrolijke muziek door de straten van Mindelo klinken. Als ik opkijk om te zien waar het vandaan komt zien we een militaire mars in vol ornaat over de boulevard lopen. Wij bedenken maar dat dit een afscheidsserenade voor ons is en dus kunnen we met een gerust hart de trossen losgooien. Eerst nog even snel de dieseltanks afvullen en om 12:00 uur beginnen we aan onze grote reis. Al snel hebben we de zeilen staan en dan is het wachten, we hopen er binnen 14 dagen te zijn. Aan het eind van de eerste dag worden we nog uitgezwaaid door een grote school dolfijnen, voorlopig de laatste levende wezens die we zien. Vanaf nu zijn we volledig op onszelf aangewezen en afhankelijk van de grillen van de natuur. De oceaandeining is even wennen maar we vinden ons ritme al snel. De eerste twee nachten neem ik de wacht voor mijn rekening omdat Henk wat grieperig is. Die wachten stellen niet zo heel veel voor want er is niks of niemand in de buurt en daarom durf ik het aan om telkens de timer op een uur en later zelfs anderhalf uur te zetten.. Ogen open, snel naar buiten, om je heen kijken, de plotter even aan, terug op de bank en ogen dicht.
Alleen tijdens de tweede avond zien we twee schepen waarvan we met 1 zelfs bijna op ramkoers liggen, niet te geloven dat je op zo’n grote plas water toch bijna een ander schip zou raken!
Het is niet te bevatten dat er zo’n immense onbekende wereld vol leven onder ons voorbij glijdt en dat we er vrijwel niks van zien, behalve honderden vliegende vissen, waarvan we er elke ochtend 10-tallen dood van het dek moeten verwijderen.
De eerste 10 dagen verlopen soepel hoewel de wind wel wat minder wordt maar na de 10e dag is het huilen met de pet op, vrijwel geen wind meer en soms moeten we op de motor door. Slechts 1 keer krijgen we te maken met een squall, een tropische regenbui gepaard gaand met veel wind. Maar ons daggemiddelde loopt met de dag terug en helaas moeten we de laatste 200 mijl verder op de motor.
Na bijna 13 dagen varen we met een prachtige zonsopkomst de Commewijne rivier op. Eindelijk land! En wat voor land! We varen dwars door het oerwoud, langs Paramaribo en half 10 lokale tijd zetten we eindelijk voet aan wal bij Marina Waterland, een stukje paradijs op aarde!

Sal (05-11-16)

image“Zit er ook een uit-knop op die vent?”, vraag ik aan Janine terwijl we achterin de auto luisteren naar een ratelende Kaapverdiaan die een ingestuurd stukje geschiedenis over de zoutmijnen opdreunt in onverstaanbaar Engels. Hij wil onze gids zijn en we spreken een prijs af voor 3 euro per persoon “all-in”. Vooruit dan maar denken we terwijl Henk bij ons achterin kruipt en Joost de auto door een onherbergzaam maanlandschap manoeuvreert, in de hoop dat we deze compleet met bodemplaat en bumpers weer in kunnen leveren. We zien de zoutbaden en mijnen vanaf de top van de krater maar erin zwemmen is veel te duur volgens onze gids. Hierna belooft hij ons de haaien te laten zien die in een andere baai 10 minuten verderop te zien zijn. Bij aankomst aldaar worden ons direct waterschoentjes aangeboden omdat we een stuk door het water moeten waden met stenen en zee-egels. We hebben slippers aan en vinden het wel goed, behalve Janine die leren schoenen aanheeft een dus wel moet. Halverwege het waden houd ik het voor gezien. Ik ga mijn nek niet liggen breken voor waarschijnlijk een vinnetje wat net boven water te zien is. Dat blijkt inderdaad zo te zijn en het zijn slechts kleine haaitjes van een meter lang. Voor de waterschoentjes moet uiteraard ook weer betaald worden, een prijs waarvoor we ze in Nederland kunnen kopen.
We brengen onze gids terug naar zijn opstapplek en als we hem de afgesproken 12 euro overhandigen is dat volgens hem niet genoeg. Na een geveinsde woedeuitbarsting van Henk druipt hij snel af. Als je bedenkt dat het gemiddelde maandinkomen hier tussen de honderd en tweehonderd euro ligt, heeft ie prima verdiend in een uurtje tijd.
Achteraf hadden we hem echt niet nodig gehad want we komen zelf ook wel bij de zoutbaden en gaan er toch zwemmen. In eerste instantie gaan alleen Henk en Janine het water in maar uiteindelijk besluit ik het toch ook maar te doen, we zijn er niet voor niks. Ik duik er in en wil een schoolslag maken maar ik ben net een kikker, mijn benen maken slagen boven water in plaats van eronder, wat natuurlijk logisch is door het hoge zoutgehalte. Ik vind het maar vies, het water is heel warm en ruikt zwavelachtig. Gelukkig kunnen we ons met schoon water afspoelen maar de zwemkleding wordt niet schoon met alleen een handwasje en stinkt dagen later nog.

We hebben ruim een week doorgebracht op Sal samen met Francis, Ciu, Janine en Joost waar we hebben genoten van hun gezelschap en veel gezellige avonden hebben gehad, een leuke zeiltocht hebben gemaakt en de alcohol rijkelijk vloeide. We zijn dankzij Francis en Ciu weer voorzien van afbakbrood en kaas, waarmee we de overkant makkelijk kunnen halen en onderdelen voor de watermaker en led-lampen die zij maar ook Joost en Janine hebben meegenomen uit Nederland.
Als iedereen huiswaarts is gekeerd vertrekken wij weer richting Mindelo om diesel en water te tanken en de benodigde stempels te halen bij de immigratiedienst zodat we, als alles goed gaat op zondag 6 november kunnen vertrekken. De benodigde passaatwind is gaan waaien, we kunnen bijna niet wachten en hebben er zin in.
Onze volgende update volgt vanuit Suriname!