Bonaire etc…

Het is stil aan het front zullen jullie wel denken, en dat klopt ook wel. We hebben 18 dagen in de wateren voor Bonaire vertoefd waar we weinig spannends meegemaakt hebben. Oké, we hebben ons duikbrevet gehaald wat zeker voor mij een hele overwinning is om zomaar tussen best wel grote vissen te zwemmen. Helaas heb ik na 3 weken nog steeds een doof oor wat me behoorlijk de keel begint uit te hangen. Verder snorkelen we veel en lopen dagelijks een rondje door Kralendijk, we varen naar klein Bonaire met de dingy. Het zand is daar zo wit dat het pijn doet aan je ogen. Al snorkelend zien we mooie vissen maar helaas ook een paar met piercings (Visangels in de bek). De terugtocht vanaf klein Bonaire is een hel, het water is veel te wild voor zo’n klein bootje maar we eindigen in een soort van villawijk waar heel veel buitenlanders villa’s aan het water hebben en waar zelfs van der Valk is neergedaald. We zien flamingo’s tijdens een stevige wandeling en genieten van de verschillende mooie uitzichten op zee vanuit verschillende hoeken.
Als we bijna stamgasten beginnen te worden bij Karels Beach Bar wordt het tijd om plannen te gaan maken.
Op dag 17 (dinsdag) bespreken we ons “plan de campagne”; die dag boodschappen doen, woensdag scooter huren en rondje eiland doen, donderdag uitklaren en klaarmaken, vrijdag tanken en wegwezen. Maar dit alles uiteraard niet voordat we de gribfiles (windkaarten) gedownload hebben voor de komende paar dagen. Zaterdag gaat de wind draaien naar het noordoosten en dat is nou juist de richting die wij op willen. Tot die dag een oostelijke wind dus kunnen we beter zo snel mogelijk vertrekken en zo komt het dat we dus geen tijd meer hebben om het eiland te verkennen met scooter en dat we alles op 1 dag moeten regelen. Phoe, we zouden er moe van worden.
Woensdagochtend vertrekken we dan ook vol goede moed. Onder het eiland door is nog weinig wind maar boven het eiland begint de beloofde windkracht 4-5 zijn best te doen en al snel zeilen we een heerlijk koersje. “Als het zo blijft, teken ik er voor”, zegt Henk. Dat had ie dus beter niet kunnen zeggen. Ergens moeten we iets gemist hebben op de gribfiles want de wind trekt uiteindelijk aan naar windkracht 8 en aan de wind is dat geen pretje. We hebben al bij vertrek de tweede reef in het grootzeil gezet en uiteindelijk moeten we zelfs de gereefde fok inhalen en het stormfokje bijzetten. We hangen ontzettend schuin en bonken op de golven. Ik heb tot nu in elke omstandigheid eten kunnen maken maar dat gaat nu gewoonweg niet lukken dus worden het bruine boterhammen met kaas. Helaas wordt de wind er niet minder op en waait de hele nacht stevig door. Pas de volgende ochtend neemt het iets af maar blijft het toch een flinke windkracht 7. Gelukkig lukt het de tweede dag wel om in ieder geval iets eenvoudigs te bereiden maar du moment dat ik boter in de pan wil doen stopt de generator er mee. Wat we ook doen, we krijgen hem niet meer aan de gang en zonder generator geen kookplaat maar kunnen we ook de accu’s niet voldoende laden. We duiken de motorruimte in met zaklampen en al snel blijkt de impellor versleten te zijn die volgens de draaiuren nog niet aan vervanging toe zou moeten zijn. Gelukkig hebben we een reserve impellor bij ons en kunnen we deze vervangen en ja hoor, de generator doet het weer. Maar helaas, de vreugde is van korte duur want hij stopt er weer mee. Waarschijnlijk zitten er resten van de oude impellor in de warmtewisselaar, een klusje wat we onder deze omstandigheden niet uit kunnen voeren. We hebben gelukkig nog de whispergen waar we de accu’s mee op peil kunnen houden maar de kookplaat trekt ie niet, dus weer een avondje brood.
Op dag drie zijn we het allebei helemaal beu, we beuken nog steeds in de golven en we schieten geen steek op. We varen recht op Puerto Rico af maar aangezien we geen Amerikaans Visum hebben aangevraagd komen we daar niet in. Een Esta blijkt als zeiler niet voldoende. Dan herinner ik me een gesprek dat ik had met een Australische man die tegen me zei: “why bother?”, hij heeft vaak genoeg gewoon geankerd zonder in te klaren en naar immigratie te gaan en heeft nooit controle gehad. Waarschijnlijk heeft ie nog gelijk ook, wij hebben ons tot nu toe keurig aan alle regeltjes gehouden maar nog nooit een controle gehad of gezien. We besluiten het er op te wagen en na 77 uur kiezen we een klein eilandje met de dubieuze naam Caja de Muertos voor de kust van Puerto Rico uit waar we na 3 dagen en 5 uur rodeo rijden, want zo voelen we ons, het anker op een heerlijk beschutte plek kunnen laten vallen. Het is een prachtig rustig plekje en als we eindelijk liggen bekijken voor de zoveelste keer de gribfiles om uit vinden wat we gemist hebben maar we kunnen niks ontdekken maar wat was het zwaar. Dit was bijna nog erger dan de golf van biskaje.
Met het, uit voorzorg, meegebrachte campinggas pitje lukt het om ieder geval iets warms op tafel te krijgen en gebroken liggen we uiteindelijk om acht uur in bed. We slapen het klokje heerlijk rond zonder muggen en niet te warm!
De volgende ochtend begint Henk aan de reparatie van de generator. Tussen het assisteren door; “ mag ik een waterpomptang, dopje 8 met ratel, sleuteltje 10, een botte doorslag etc., maak ik de boot zoutvrij. Hebben we een paar dagen geleden nog allebei volmondig gezegd dat we nooit water in de kuip krijgen moeten we hier dus toch op terug komen, werkelijk alles zit vol met zout. Het was dan ook echt heel heftig. Als dit leuk moet zijn dan doe ons maar de oceaanoversteek, die was een stuk comfortabeler. Maar de generator is weer als nieuw en doet het als nooit tevoren. We kunnen weer accu’s laden en eten in een schone boot.
Als we voldaan van onze goed geslaagde werkzaamheden een frisse duik hebben genomen komt er een officieel uitziende boot aanvaren. Ja hoor, daar hebben we het gedonder.
Terwijl Henk naar binnen schiet om een droge zwembroek aan te doen vaart het bootje op 10 meter langs en ik zwaai vriendelijk naar de heren in uniform en roep “ Ola!”. Ik krijg een vriendelijk Ola terug van beide heren en weg zijn ze. Pfff, daar komen we goed mee weg!
Na twee nachten denk ik dat het verstandiger is om een andere plek te zoeken in verband met onze illegale status en dus verkassen we naar een ankerplekje aan het vaste land van Puerto Rico waar we een nachtje blijven. Als we een dag later weer een andere plek vinden in de bewoonde wereld worden we meteen bij ons tochtje naar de kant tegemoet gevaren door een Amerikaans stel die ons vertellen waar we moeten zijn. We mogen de dingy op hun helling leggen, ze willen ons naar de supermarkt brengen met de auto en we worden uitgenodigd voor een borrel en zelfs voor het eten! Wat een gastvrijheid en vriendelijkheid.
We hebben een super gezellige valentijnsavond en ook de volgende dag worden we weer uitgenodigd voor het eten, tezamen met een andere zeiler en een stel vrienden van Janice en Don. Maar hoe gezellig we het ook vinden, we voelen ons niet geheel comfortabel en willen toch graag door naar de British Virgin Islands en daarom vertrekken we op donderdagochtend vroeg richting Engels grondgebied. De zee is deze keer gelukkig rustig maar helaas staat er ook niet veel wind dus moeten we op de motor. Als we ’s avonds tegen negenen in het donker voor St. Johns (US Virgin Island, dus ook geen optie voor ons) varen begint de schroef rare geluiden te maken en we denken dat er iets in zit. We varen net voor een ankergebied langs dus maken nog 1 keer een illegale stop. We kunnen niet verder dus we moeten wel. Als Henk in de vroege ochtend de schroef checkt zit er toch niks in en de schroef klinkt ook weer prima dus waarschijnlijk is het er tijdens het voor anker gaan toch uitgekomen. Snel door naar Sopers Hole op Tortola om in te klaren. De procedure verloopt soepel en eindelijk zijn we weer legaal. Voelt toch een stuk lekkerder en nu kunnen we met een gerust hart de BVI’s gaan verkennen. De eerste indruk is in ieder gevaL prima. Het is groen en ziet er mooi uit. Vooralsnog helaas wel heel erg druk met Amerikaanse charterboten maar we gaan gewoon op zoek naar verlaten baaitjes.

Curacao II (24-1-17)

“Allemachtig Prachtig”, was het. Met deze lijfspreuk van onze nieuwe vriend Arthur nemen we afscheid van het mooie Curacao met de (soms) prachtige stranden en het mooie Willemstad. Soms, zeg ik, omdat achter de façades voor toeristen soms een behoorlijke puinhoop schuilgaat. Hoewel de gebouwen hier beter onderhouden worden dan in Suriname valt er hier ook nog een hoop te doen. Het afval wordt overal gewoon gedumpt, men is zich totaal niet bewust van de impact die al dat afval heeft op het milieu. Die bewustwording kan nog weleens jaren duren. Daarnaast is hier ook veel corruptie en worden wij Makamba’s soms met de nek aangekeken. Makamba is niet meer dan een scheldwoord voor Nederlanders, waar ze hier een hekel aan hebben. Vreemd want ze hebben allemaal een Nederlands paspoort hier en zijn dus evengoed Nederlander. Uiteraard is niet elke Curaçaoënaar deze mening toebedeeld en zijn er genoeg aardige en behulpzame eilandbewoners.
We hebben hier dan ook een leuke tijd gehad, samen met Annabel hebben we het festival van het jaar meegemaakt in Fuikbaai. Elke eerste zondag van het jaar verzamelt zich half Curacao met boot in deze baai waar diverse bekende artiesten optreden. Ook wij gooien hier ons anker uit en begeven ons met het bijbootje tussen de feestvierders in zwembandjes.
Jeroen Pauw en Najib Amhali dobberen in hun bandjes voorbij en op het grote feestschip Insulinde zien we veel bekende Nederlanders. Het was een dag om nooit te vergeten en ik weet zeker dat Annabel ook goede herinneringen aan deze dag zal overhouden.
We zijn hier veel langer gebleven dan gepland maar op de dag dat we aan week 4 beginnen vind ik het welletjes geweest. We vullen onze tijd al dagen met eigenlijk helemaal niks doen en dat heb ik wel gezien. Ik stel voor om naar Bonaire te gaan en op vrijdag gaan we met de bus naar Willemstad om uit te klaren en naar immigratie te gaan. Al met al zijn we hier in een uurtje mee klaar. Daarna mogen we de auto van Arthur lenen om nog wat laatste boodschappen te doen om ook de laatste guldens op te maken. ’s Avonds nemen we afscheid van Arthur en op zaterdag halen we om acht uur het anker op. In de baai staat geen zuchtje wind maar eenmaal buiten staat er een lekker windje, helaas pal op onze neus en dus zit er niks anders op dan op de motor de 30 mijl naar Bonaire te varen.
Om half 3 bereiken we Kralendijk waar we aan een boei gaan liggen. De inklaringsprocedure verloopt hier lekker soepel en we zijn weer legaal. Het blijft raar om in een bijzondere gemeente van Nederland toch in te moeten klaren en een stempel te moeten hebben van immigratie. Al die verschillende inklaringsprocedures en corruptie waar we over horen op de noordelijke eilanden kunnen onze toekomstige plannen best eens doen veranderen maar dat is van latere zorg. Eerst gaan we ons duikbrevet halen, we hebben ons ingeschreven voor een cursus die vrijdag begint zodat we de onbekende wereld die steeds onder ons voorbij raast toch wat beter kunnen leren kennen.

Curacao ( 5-1-17)

“Ga toch mee!”, zegt onze achtbuurman in de Caracasbaai op Curacao. Hij nodigt ons uit om mee naar Willemstad te varen om daar in de binnenstad aan te meren en Oud en Nieuw te vieren. Ondanks al onze tegenwerpingen en bedenkingen varen we uiteindelijk mee en om 17:30 uur zijn we in de stad en inderdaad, onze bezwaren waren gegrond. We mogen er niet liggen. Alle moeite voor niks dus. We hadden gedacht dat Arthur, die hier zelf woont, het wel zou weten maar er zit niks anders op dan weer terug te varen naar de baai en op een andere manier in de stad te komen. Vol gas varen we terug met Rebacca en Christiaan, de kinderen van Herman en Jahaira, die met ons mee zijn gevaren. Ook zij moeten nu weer met de auto terug naar de baai om hun kinderen op te halen. Gelukkig kunnen we met Herman, Jahaira en de drie kinderen mee terug naar de stad rijden. We hebben tenslotte afgesproken met Marianne en Tonny, die we uiteindelijk bij de pontjesbrug ontmoeten en waarmee we gelukkig toch samen het nieuwe jaar in kunnen luiden. Het vuurwerk is prachtig en oorverdovend en het is bijzonder om hier aan de andere kant van de wereld met familie oud en nieuw te vieren.
Arthur blijkt later pas om half 12 ’s avonds terug te zijn gekeerd en met motorproblemen naar binnen te zijn gesleept. Zijn oud en nieuw is dus een beetje in het water gevallen maar dat hebben we een dag later goed gemaakt en het dunnetjes over gedaan op het strand.

Inmiddels zijn we dus op Curacao omdat we op Grenada een beetje het gevoel kregen dat alle Caribische eilanden een beetje hetzelfde zijn en we iets anders wilden. De kerst brengen we door op Carriacou waar het werkelijk uitgestorven is en daar ontstaat het plan om naar Curacao te varen. We verwachten dat we pas op woensdag kunnen uitklaren omdat alles gesloten is maar gelukkig kunnen we op tweede kerstdag alles regelen bij immigratie. Het papierwerk neemt ruim twee uur in beslag maar het scheelt ons uiteindelijk toch een dag en dus vertrekken we op tweede kerstdag. We hebben de snelheid er goed in en maken twee keer een daggemiddelde van 184 mijl. We gaan eigenlijk te hard want nu komen we weer in het donker aan. Henk vaart in de vroege ochtend wat verder door om tijd te trekken en maakt mij wakker als het licht begint te worden en we het Spaanse water in kunnen varen. De ingang is erg smal en ondiep en met het blote oog nauwelijks zichtbaar. Nu snappen we wel dat ze waarschuwen om hier niet in het donker naar binnen te varen. Om half 8 liggen we in een prachtige baai waar de schildpadden om de boot heen zwemmen.
We krijgen om half 10 een lift naar de stad van Herman en Jahaira uit Aruba die hier op vakantie zijn met hun boot. Van slapen komt dus niet veel en om twee uur zijn we eindelijk klaar met alle formaliteiten. We kunnen terug met de bus naar onze ankerplek en genieten van een heerlijke tournedos, eindelijk en dat op mijn verjaardag, wat een kadootje!
We huren de meest aftandse auto die je je kunt bedenken maar hij brengt ons van A naar B (hopen we!). Curacao is heel toeristisch maar wel gezellig. En… Luc en Annabel kunnen komen. Helaas heeft Luc geen tijd maar wat zijn we blij om Annabel weer even een weekje bij ons te hebben!

Grenada (19-12-16)

image

Nadat we in Waterland onder luid getoeter van Noël zijn uitgezwaaid verblijven we nog een paar dagen in Domburg om de laatste boodschappen te doen en uit te klaren.
Dan is ons Suriname avontuur voorbij en varen we langzaam de Suriname rivier af, het donker tegemoet richting Grenada. We waren al gewaarschuwd voor een wilde zee en met soms windkracht 8 zijn we daar na 2,5 dag ook echt helemaal klaar mee. We maken daarom een “illegale” tussenstop in Tobago zonder in te klaren ,wat ons achteraf gezien, problemen had kunnen opleveren. Tobago ziet er echt prachtig Caribisch uit. Ik zie alleen niemand van zijn boot af het water induiken en durf daarom zelf ook niet zo goed. Geen idee wat voor beesten hier zitten en dus blijf ik maar aan het trapje hangen om snel het water uit te kunnen in geval van nood.
Problemen vanwege het niet inklaren op Tobago hebben we niet gehad en het inklaren op Grenada verloopt vlekkeloos. We zijn legaal en hebben een cruising permit voor de komende eilanden op zak.
We verblijven een paar nachten in verschillende baaien en voegen ons vervolgens bij Steffi en Tommi, die we in Suriname hebben ontmoet, in St.George. De hoofdstad van Grenada.
Nadat Tommie ons heeft geholpen met onze dinghy bij het aanleggen in de haven is het onze beurt om hen te helpen hun boot te verplaatsen want de boot naast hen staat in brand. Een hoop consternatie alom maar de brand is gelukkig snel geblust.
Vooralsnog vinden we Grenada niet zo bijzonder. Het doet ons denken aan Zuid Spanje en geeft ons niet het Caribisch gevoel. Toch zullen we hier nog een paar dagen moeten blijven om wederom het grootzeil te laten repareren. Misschien niet helemaal noodzakelijk maar we moeten er toch nog een keer een oceaan mee oversteken en als we horen dat twee Nederlandse schepen in Domburg zijn aangekomen waarvan 1 zonder mast en 1 zonder giek willen we het zekere voor het onzekere nemen. We raken al aardig geoefend in het demonteren en monteren van het enorme monster. Hopelijk voorlopig voor het laatst.

We kunnen hier met de dinghy voor de supermarkt “parkeren” maar het aanbod is beperkt. Soms mis ik mijn eigen vertrouwde Albert Heijn wel en de pasta komt me echt de neus uit. Nou word ik, als iemand die echt geen keukenprinses is, wel wat creatiever met groenten en aardappels maar het vlees ziet er hier niet echt lekker uit. Allemaal diepgevroren en wij zijn geen viseters dus eten we veel vegetarisch en heel veel eieren. Een stevige tournedos klinkt ons als muziek in de oren maar daar zullen we nog even geduld voor moeten hebben. Waar we kerst vieren weten we nog niet precies maar misschien kunnen we een lekker restaurantje vinden. Aan alle kanten horen we de ons bekende kerstliedjes maar wel met een stevige steeldrum beat eronder waardoor ze weer net wat gezelliger klinken.

Vanuit een zonnig en warm Grenada wensen wij iedereen alvast hele fijne feestdagen!

p.s. De foto is van Tobago

Jungle tocht (6-12-16-)

imageEen uur later dan afgesproken arriveert onze chauffeur/tourguide in een….. Minivan! Daar gaat mijn idee over een avontuurlijke jeepsafari. Om geen extra tijd meer te verspillen maken we er maar geen woorden aan vuil, we willen weg. We hoeven gelukkig niet eerst de hele weg naar Paramaribo terug te rijden en dus zitten we al snel op soms slecht begaanbare wegen. Via de savannen rijden we langzaam de jungle in en hopen dat de auto het houdt. De rit duurt ruim 8 uur maar er is genoeg te zien. We stoppen regelmatig voor een verfrissend drankje, lunch of mooi uitzicht maar om maar in de term van Mieke te blijven, we stoppen niet voor elke grote boom.
We passeren een paar indianendorpen en uiteindelijk bereiken we onze eerste bestemming, Apoera. Een indianendorp met zo’n 2000 inwoners. We verblijven in het guesthouse van een indiaanse vrouw die zich gewoon in het Nederlands voorstelt als tante Annie. Het blijft raar om in dit land gewoon Nederlands te kunnen praten met iedereen.
Het guesthouse is zeer eenvoudig maar redelijk schoon. Hier verblijven we twee nachten.
De tweede ochtend maken we een vaartocht over de Kaburi kreek op zoek naar reuzeotters maar omdat we veel te laat zijn zien we geen enkele otter maar de tocht is wel prachtig.
In de middag bezoeken we de sawmill, houtzagerij, van Apoera waar veel inwoners hun kost verdienen. We zien eeuwenoude bomen gekapt liggen en vrezen voor het oerwoud van Suriname. Volgens onze gids wordt er wel aan nieuwe aanplant gedaan maar dat weegt nooit op tegen hetgeen ze kappen.
Daarna bezoeken we een verlaten onderhoudsstation voor treinen, verscholen in het groen. Het station is gebouwd 1976 en de spoorlijn is 80 kilometer lang en loopt van Apoera naar het Bakhuysgebergte en was bedoeld voor de bauxiet industrie. Na voltooing in 1978 zijn de spoorlijn en het onderhoudsstation nooit gebruikt. Het is deels gebouwd met geld dat Suriname kreeg van Nederland na de onafhankelijkheid. De locomotieven staan er verlaten bij en worden bewoond door honderden vleermuizen en bijen en worden langzaam overwoekerd door de natuur. De spoorlijn wordt hier “van niets naar nergens” genoemd.
Op dag 3 vertrekken we al vroeg richting de Blanche Marie watervallen waar we in een prachtige lodge overnachten, midden in de jungle. Vanaf ons terras zien we capucijneraapjes door de boven klimmen en toekans zich tegoed doen aan de vele vruchten die hier overal groeien.
Omdat we aan het einde van het droge seizoen zijn staat er niet zoveel water in de watervallen maar voldoende voor ons om er in te kunnen zwemmen en te genieten van de natuurlijke jacuzzi’s.
Helaas verblijven we hier maar 1 nacht dus op zondagochtend vertrekken we al weer vroeg voor de terugrit. Na de lunch komen we uit bij een busje met Nederlandse toeristen dat is vastgelopen. We stappen uit om te helpen en al snel zijn ze weer los. We vervolgen onze weg en zeggen dat we blij zijn dat wij het niet waren maar dat hadden we dus niet moeten doen. 250 meter verder raken wij van de weg, we schudden alle kanten op en komen met een klap tot stilstand. Behalve Fiona die een bult op haar hoofd heeft zijn we gelukkig allemaal ongedeerd gebleven maar de auto zit helemaal vast, de linker voorband is lek, de bodemplaat ligt er half onderuit en de bumper heeft een flinke deuk. Terwijl Henk de achterband probeert uit te graven lopen Fiona, James en ik terug naar de plek van het gestrande busje om platen te halen om onder de auto te leggen. Uiteindelijk lukt het Henk om de auto los te rijden en vervangen we de band. We kunnen weer verder, hopende dat we niet nog een lekke band krijgen of dat er leidingen onder de auto beschadigd zijn.
Als we eindelijk weer in een beetje bewoonde wereld zijn en door een dorpje rijden krijgen we rechts voor een klapband! Dat kan wel even gaan duren denken we en dus gaat Fiona een koud biertje halen bij de supermarkt maar een vriendelijke Javaan/indiaan biedt aan ons naar marina waterland te brengen, het is tenslotte nog maar zo’n 20 minuten rijden.
We praten nog even wat na op het terras en om negen uur rollen we moe maar voldaan ons eigen bedje in.

Suriname (30-11-16)

image“ACHTERUIT!”, gil ik tegen Henk, “daar ligt een krokodil!”. Maar Henk vaart gewoon door want volgens hem is het een boomstam. “Echt niet, daar zit z’n oog en dat is z’n bek! Terug!”, roep ik nogmaals. Mijn hart gaat tekeer maar natuurlijk is het een boomstam, hysterica die ik ben! We zijn met ons bijbootje de Suriname rivier verder opgevaren, de jungle in. Het is prachtig maar we zien geen enkel beest, hoewel hier wel kaaimannen zitten maar die worden pas ’s avonds actief. Zwemmen kan wel in de rivier maar er zitten wel piranha’s, dus ik geef mijn portie wel aan fikkie.
Suriname is een prachtig land met supervriendelijke mensen, iedereen wil een praatje met je maken en we zitten dan ook regelmatig met locals te kletsen waardoor we veel te horen krijgen over de historie van deze oude kolonie, waar heel veel bevolkingsgroepen en religies in harmonie naast en met elkaar leven. Daar kunnen we in het westen nog wat van leren.
Omdat we hier echt midden in de jungle zitten huren we een auto. Het links rijden gaat Henk goed af maar na een week wil hij alleen nog steeds aan de verkeerde kant instappen. Paramaribo is slechts 25 kilometer hier vandaan maar de wegen zijn bezaaid met verschrikkelijke drempels en kuilen waardoor je over zo’n kleine afstand soms meer dan een kunt doen.
Paramaribo was ooit een prachtige stad. Dat is het natuurlijk nog steeds maar het verval is duidelijk zichtbaar wat echt eeuwig zonde is.
De oude plantages worden helemaal teruggenomen door de natuur die binnen enkele jaren alles overwoekert en er weinig overblijft van het erfgoed, zo ervaren we als we een excursie maken over de Commewijne rivier en twee verlaten plantages bezoeken.
Hoewel we midden in het regenseizoen zitten merken wij er weinig van. Alleen de eerste dag, toen we met ons fietsje op pad waren, hebben we zoooooo veel regen in een uur zien vallen dat dit het waarschijnlijk was. Gelukkig waren we op dat moment net in Domburg waar we konden schuilen. Verder is het hier echt bloedheet!
Morgen gaan we met een 4×4 voor 4 dagen de jungle in naar Blanche Marie, waarvan gezegd wordt dat het de mooiste watervallen van Suriname zijn maar ook heel anders dan wat we tot nu toe gezien hebben. We gaan het beleven!

De oversteek (20-11-16)

image Wanneer we onze laatste Escudo’s aan water hebben uitgegeven en de tanks bijna vol zijn horen we vrolijke muziek door de straten van Mindelo klinken. Als ik opkijk om te zien waar het vandaan komt zien we een militaire mars in vol ornaat over de boulevard lopen. Wij bedenken maar dat dit een afscheidsserenade voor ons is en dus kunnen we met een gerust hart de trossen losgooien. Eerst nog even snel de dieseltanks afvullen en om 12:00 uur beginnen we aan onze grote reis. Al snel hebben we de zeilen staan en dan is het wachten, we hopen er binnen 14 dagen te zijn. Aan het eind van de eerste dag worden we nog uitgezwaaid door een grote school dolfijnen, voorlopig de laatste levende wezens die we zien. Vanaf nu zijn we volledig op onszelf aangewezen en afhankelijk van de grillen van de natuur. De oceaandeining is even wennen maar we vinden ons ritme al snel. De eerste twee nachten neem ik de wacht voor mijn rekening omdat Henk wat grieperig is. Die wachten stellen niet zo heel veel voor want er is niks of niemand in de buurt en daarom durf ik het aan om telkens de timer op een uur en later zelfs anderhalf uur te zetten.. Ogen open, snel naar buiten, om je heen kijken, de plotter even aan, terug op de bank en ogen dicht.
Alleen tijdens de tweede avond zien we twee schepen waarvan we met 1 zelfs bijna op ramkoers liggen, niet te geloven dat je op zo’n grote plas water toch bijna een ander schip zou raken!
Het is niet te bevatten dat er zo’n immense onbekende wereld vol leven onder ons voorbij glijdt en dat we er vrijwel niks van zien, behalve honderden vliegende vissen, waarvan we er elke ochtend 10-tallen dood van het dek moeten verwijderen.
De eerste 10 dagen verlopen soepel hoewel de wind wel wat minder wordt maar na de 10e dag is het huilen met de pet op, vrijwel geen wind meer en soms moeten we op de motor door. Slechts 1 keer krijgen we te maken met een squall, een tropische regenbui gepaard gaand met veel wind. Maar ons daggemiddelde loopt met de dag terug en helaas moeten we de laatste 200 mijl verder op de motor.
Na bijna 13 dagen varen we met een prachtige zonsopkomst de Commewijne rivier op. Eindelijk land! En wat voor land! We varen dwars door het oerwoud, langs Paramaribo en half 10 lokale tijd zetten we eindelijk voet aan wal bij Marina Waterland, een stukje paradijs op aarde!

Sal (05-11-16)

image“Zit er ook een uit-knop op die vent?”, vraag ik aan Janine terwijl we achterin de auto luisteren naar een ratelende Kaapverdiaan die een ingestuurd stukje geschiedenis over de zoutmijnen opdreunt in onverstaanbaar Engels. Hij wil onze gids zijn en we spreken een prijs af voor 3 euro per persoon “all-in”. Vooruit dan maar denken we terwijl Henk bij ons achterin kruipt en Joost de auto door een onherbergzaam maanlandschap manoeuvreert, in de hoop dat we deze compleet met bodemplaat en bumpers weer in kunnen leveren. We zien de zoutbaden en mijnen vanaf de top van de krater maar erin zwemmen is veel te duur volgens onze gids. Hierna belooft hij ons de haaien te laten zien die in een andere baai 10 minuten verderop te zien zijn. Bij aankomst aldaar worden ons direct waterschoentjes aangeboden omdat we een stuk door het water moeten waden met stenen en zee-egels. We hebben slippers aan en vinden het wel goed, behalve Janine die leren schoenen aanheeft een dus wel moet. Halverwege het waden houd ik het voor gezien. Ik ga mijn nek niet liggen breken voor waarschijnlijk een vinnetje wat net boven water te zien is. Dat blijkt inderdaad zo te zijn en het zijn slechts kleine haaitjes van een meter lang. Voor de waterschoentjes moet uiteraard ook weer betaald worden, een prijs waarvoor we ze in Nederland kunnen kopen.
We brengen onze gids terug naar zijn opstapplek en als we hem de afgesproken 12 euro overhandigen is dat volgens hem niet genoeg. Na een geveinsde woedeuitbarsting van Henk druipt hij snel af. Als je bedenkt dat het gemiddelde maandinkomen hier tussen de honderd en tweehonderd euro ligt, heeft ie prima verdiend in een uurtje tijd.
Achteraf hadden we hem echt niet nodig gehad want we komen zelf ook wel bij de zoutbaden en gaan er toch zwemmen. In eerste instantie gaan alleen Henk en Janine het water in maar uiteindelijk besluit ik het toch ook maar te doen, we zijn er niet voor niks. Ik duik er in en wil een schoolslag maken maar ik ben net een kikker, mijn benen maken slagen boven water in plaats van eronder, wat natuurlijk logisch is door het hoge zoutgehalte. Ik vind het maar vies, het water is heel warm en ruikt zwavelachtig. Gelukkig kunnen we ons met schoon water afspoelen maar de zwemkleding wordt niet schoon met alleen een handwasje en stinkt dagen later nog.

We hebben ruim een week doorgebracht op Sal samen met Francis, Ciu, Janine en Joost waar we hebben genoten van hun gezelschap en veel gezellige avonden hebben gehad, een leuke zeiltocht hebben gemaakt en de alcohol rijkelijk vloeide. We zijn dankzij Francis en Ciu weer voorzien van afbakbrood en kaas, waarmee we de overkant makkelijk kunnen halen en onderdelen voor de watermaker en led-lampen die zij maar ook Joost en Janine hebben meegenomen uit Nederland.
Als iedereen huiswaarts is gekeerd vertrekken wij weer richting Mindelo om diesel en water te tanken en de benodigde stempels te halen bij de immigratiedienst zodat we, als alles goed gaat op zondag 6 november kunnen vertrekken. De benodigde passaatwind is gaan waaien, we kunnen bijna niet wachten en hebben er zin in.
Onze volgende update volgt vanuit Suriname!

Kaapverdië so far (25-10-16)

image“Een goede keuze”, zegt onze Canadese buurman waarmee hij doelt op het feit dat we niet ingegaan zijn op een uitnodiging om te reserveren bij een aggenebbis lokaal restaurantje. Als we dat wel hadden gedaan was onze boot leeggeroofd volgens hem. Hij waarschuwt telkens weer dat niemand te vertrouwen is en dat we voor het donker terug moeten zijn op de boot. Vooralsnog merken wij weinig van criminaliteit maar ik begrijp de buurman wel. Toen hij onlangs in het ziekenhuis lag heeft zijn vrouw ’s nachts ongewenst bezoek gehad. Ze heeft ze wel verjaagd maar de schrik zal er behoorlijk in zitten. Wat wel opvalt is dat werkelijk elk gebouw, school, winkel, huis, overheidsgebouw, noem maar op, allemaal dikke tralies voor de ramen en deuren heeft. In de supermarkten wemelt het van de security dus waarschijnlijk vertrouwen de Kaapverdianen elkaar ook niet echt.
Mindelo is een van de modernste steden van Kaapverdië met Portugese invloeden maar het is wel echt Afrikaans. De bevolking is jong maar niet erg vriendelijk. Als wij op zoek zijn naar een draadloze oplader voor Henks telefoon worden we bijna uitgelachen, dat kennen ze hier dus nog niet.
Het is hier bloedheet en zwemmen in de ankerbaai wordt afgeraden, het water ziet er ook niet bepaald uitnodigend uit. Helaas kunnen we hier pas op maandag weg omdat we eerst onze bootpapieren en next-port declaration moeten ophalen bij de douane en zoals vrijwel alles hier is deze in het weekend gesloten.
Na 4 nachten krijgt Henk een onbestemd gevoel en wil een nacht in de haven liggen, kunnen we meteen water tanken, de accu’s bijladen en wat wasjes wegdraaien zodat we op maandag volgeladen kunnen uitvaren naar een ankerbaai een paar mijl verder.
Dinsdag vertrekken we daar weer naar een ankerplek op Sao Nicolau. We hebben een behoorlijk stevige trip aan de wind met vlagen van windkracht 7, iets minder relaxed dus maar als we onder het eiland zijn valt de wind volledig weg dus kunnen we rustig ankeren. De aangewezen plek in de almanak blijkt toch van mindere kwaliteit dan gewenst. Bij de eerste poging komt het anker muurvast te zitten achter een groot rotsplateau. We halen de duikcompressor tevoorschijn en Henk gaat poolshoogte nemen. Als hij weer bovenkomt informeert hij naar ons 2e anker. “Shit”, zeg ik. “Moeten we het anker hier achterlaten?”. Maar Henk zou Henk niet zijn en dus krijgt ie het toch voor elkaar het anker uiteindelijk los te krijgen. Een 2e poging mag ook niet baten en dus varen we een paar mijl verder waar we het anker net voor het donker heerlijk in het zand kunnen laten glijden. Zodra we liggen begint het te waaien en niet zo’n beetje ook. Vlagen van windkracht 7 waaien ons om de oren en ik slaap erg onrustig, controleer een paar keer ’s nachts of we nog goed liggen ondanks het ankeralarm maar het anker houdt ons prima en daarom blijven we gewoon nog een nachtje liggen. We hoeven pas de 26e op Sal te zijn dus we hebben tijd zat. Daarom varen we na 2 dagen slechts 20 mijl verder naar Carrical waar, al voordat we het anker uitgooien, een knalrood t-shirt op een oude surfplank komt aangepeddeld. Het is een visser uit Tarafal en heeft een kapotte buitenboordmotor en is hier gestrand. Hij is meer geïnteresseerd in onze buitenboordmotor dan in ons maar wij kunnen hem de motor niet verkopen. Dat is tenminste wat wij ervan begrijpen want hij spreekt geen enkele vreemde taal en wij de zijne niet. De 2e dag spreken we een Fransman die hier een huis, een boot en een auto heeft. In Carrical is helemaal niks zegt hij en dat constateren wij ook als we aan wal zijn. Wat een armoede, die mensen hier hebben gewoon geen toekomst maar misschien weten ze niet beter.
Op Sal, waar we ondanks onze vroege vertrek toch in het donker aankomen is het heel anders. Dit is echt het toeristenoord van Kaapverdië. Hier zullen we ruim een week verblijven in afwachting van bezoek.

El Hierro naar Kaap Verdie (14-10-2016)

image“Ik ben gestoken door iets”, roep ik hijgend terwijl ik de zwemtrap op klim. Volgens mij heb ik net het persoonlijke record van Ranomi verbeterd! Henk komt meteen aanrennen met de Aspivenin maar de haard is nog niet zichtbaar. Twee rode striemen met jeukende bultjes zijn het gevolg maar gelukkig geen rare gebreken (niet dan anders). Als neuroot voor beestjes check ik altijd tig keer het water voordat ik er in spring, die tic zal nu wel weer erger worden.

We zijn uitgeweken naar El Hierro omdat er in San Sebastián op La Gomera tot 8 oktober geen plek was in verband met een regatta. La Restinga op El Hierro is heel klein en heeft buiten veel te veel cafés en restaurantjes voor zo’n gat slechts 1 supermarktje. Gelukkig hebben we de grootste voorraden al ingeslagen en hoeven we alleen nog verse groenten en fruit te halen. Dat doen we op de ochtend van vertrek en om 16:00 uur gooien we los voor de oversteek naar Kaap Verdie.

De eerste 17 uur zien we geen enkel schip, niet op de AIS maar ook niet op de radar constateren we als we die aanzetten omdat we de AIS niet vertrouwen maar die klopt dus wel. Tijdens mijn eerste wacht kom ik het eerste schip tegen en even twijfel ik of ik niet hallucineer door het gebrek aan wijn maar na drie keer checken klopt de naam van het schip toch echt; de CMB Chardonnay…
De tweede avond als het donker is zien we een lichtje dichterbij komen. Op de AIS is geen boot te zien maar niet iedereen heeft AIS hoewel het voor de beroepsvaart verplicht is. Op de radar zien we ook niet veel en het lijkt dichterbij te komen. Het zullen toch geen piraten zijn? We varen 300 mijl uit de Afrikaanse kust. Toch doen we alle verlichting uit en ook de AIS zetten we op de “stille modus”, we ontvangen dan wel maar zenden niet. Angstvallig houden we het lichtje in de gaten. Het lijkt net of het om ons heen vaart maar na een uur constateren we toch maar dat het waarschijnlijk vissers zijn en laten de angst niet de overhand nemen. Langzaam verdwijnen ze uit het zicht.
De eerste dag ligt het tempo erg laag maar als we op dag twee de fok uitbomen verhogen we onze snelheid met 2 knopen en halen we een dagafstand van 170 mijl. We komen onze dagen door met slapen, lezen, klussen, vissen en eten. Het vissen wil niet echt lukken, we vangen slechts 1 kleine yellowfin tonijn maar dat zit weinig vlees aan. Gelukkig zijn we niet afhankelijk van onze visvangst anders zag het er beroerd uit.
Na 5 dagen varen komt er land in zicht en op 20 mijl halen we de zeilen naar beneden omdat de wind het laat afweten en we voor het donker in Mindelo willen zijn. Helaas lukt dat niet en dat de kaarten die er van dit gebied zijn niet kloppen ondervinden we meteen. Heel langzaam varend en goed kijkend varen we Mindelo binnen, volgens de plotter recht over het land! Er liggen wrakken die niet verlicht zijn maar uiteindelijk halen we zonder kleerscheuren de ankerplaats. Om 21:00 uur laten we het anker zakken, we zijn er!